zaterdag 16 januari 2010

Eitjes Sleedoornpage

16-01-2010 Eitjes Sleedoornpage

In onze mooie woonplaats Soest vliegt elk jaar de zeldzame Sleedoornpage (Thecla betulae), en daar zijn we best trots op! De IVN Vlinderwerkgroep Eemland inventariseert elk jaar in Soest, op die ene plek waar de Sleedoornpage voorkomt, of en hoeveel eitjes er te vinden zijn. Zo ook dit jaar weer. Aangezien wij in de loop van vorig jaar ons bij deze werkgroep hebben aangesloten waren we deze keer voor het eerst van de partij. Er waren twee mensen van de Vlinderstichting bij die alle waarnemingen van de Sleedoornpage-eitjes zouden bijhouden. Natuurlijk was de coördinator van de werkgroep erbij, en waren er een stuk of 4 leden van de werkgroep en 2 belangstellenden. Een journaliste van de Gooi-en-Eemlander kwam ook nog aangelopen. In totaal gingen we met 11 man/vrouw op pad.
De coördinator van de Vlinderwerkgroep Eemland had alvast een paar sleedoornstruiken onderzocht en een paar eitjes gevonden. Zo konden we zien waar we naar op zoek waren. Best wel handig! Op internet en in de boeken zijn wel afbeeldingen van de eitjes te vinden maar zo groot zijn ze in het echt niet… We moesten zoeken naar witte speldenknopjes tussen takken met grote doornen. De strook met sleedoorns stond aan de rand van een hondenuitlaat terrein, dus we moesten niet alleen op de witte speldenknopjes letten! Gelukkig zoek je de eitjes van deze vlindersoort in de winter want op je slippertjes of sandalen moet je daar niet rondlopen…
We begonnen met zoeken aan het eind van de bossage. Een deel van de sleedoorns was onbereikbaar door bouwwerkzaamheden. Een groot hek versperde ons de toegang tot dat deel, jammer maar helaas. Achter het hek lag een grote berg met bouwgrond. De vlinderwerkgroep had dit afgelopen week ontdekt en was daar best van geschrokken, want waar die berg grond lag zouden in het voorjaar allerlei planten moeten groeien die voor insecten zeer belangrijk zijn. De zeldzame Sleedoornpage is er daar één van en er komen nog wel meer zeldzame soorten voor. De coördinator nam contact op met de gemeente om het probleem aan te kaarten. Ook al was alles wel volgens de regels gegaan, de gemeente heeft besloten om de aarde te laten verplaatsen, hoera! We hopen dat het snel verwijderd is zodat de planten hopelijk weer opkomen om onze gevleugelde vrienden weer van voedsel te kunnen voorzien.
Aan het begin van onze zoektocht kwamen er nog 2 leden aangelopen. De één kwam helpen met zoeken, de ander kwam wat foto’s maken maar kon door lichamelijke beperkingen helaas niet mee zoeken. Een derde werkgroeplid kwam snel even langs maar moest voor zijn werk jammer genoeg gelijk weer weg. We speurden de takken zorgvuldig af en vonden allerlei witte speldenknopjes, maar het één bleek een schimmel te zijn, het ander een vogelstrontje, een eitje van een sluipwesp, een nietsje of een frummeltje. De eerste vlindereitjes die werden gevonden bleken ook al niet van de Sleedoornpage te zijn maar van de Blauwrandspanner (Plemyria rubiginata). Maar toen werd de eerste gevonden, en na nog meer frummeltjes en Blauwrandspannereitjes kwamen we steeds dichter bij 10 gevonden Sleedoornpage-eitjes. Ik vond eitje nummer 7 en was daar erg mee in mijn sas!
Iemand had warme chocomelk en thee mee genomen zodat we weer een beetje warm konden worden. Zelfs nog een lekkere koek er bij, waarna het speuren gewoon weer verder ging. Intussen waren we met 13 mensen aan het zoeken. Links en rechts werd nog een eitje gevonden, en Remco had er zelfs 3 vlak bij elkaar op hetzelfde twijgje. Nummer 14 mocht ik op mijn naam schrijven en net naast me werd nummer 15 gevonden. Op één stammetje ontdekte ik 6 eitjes van de Blauwrandspanner, in 3 paartjes van 2. Niet naar op zoek maar wel mooi mee genomen. Toen was het tijd voor pauze. De coördinator had gezorgd dat er een pan erwtensoep op ons stond te wachten. Ze had aan een paar bewoners gevraagd of ze een pan soep wilden verwarmen en zowaar, ze wilden het graag doen! Naast het opwarmen van de soep hadden ze gezorgd voor zitplaatsen in hun tuin. Wat een gastvrijheid!
Na deze pauze ging een aantal mensen naar huis/andere afspraken en ging de rest verder met zoeken. Helaas werd er nog maar 1 eitje gevonden (en wel door mij, hihi), waarmee het totaal op 16 stuks bleef steken. Een groot verschil met vorig jaar toen er wel 50 werden gevonden! Natuurlijk was er een gedeelte waar we dit jaar niet bij konden, maar dan nog blijft het verschil behoorlijk groot. We waren met z’n achten over gebleven. Degenen die nog wilden konden mee naar een mogelijk nieuwe locatie iets verderop. Er haakten 3 mensen af; het was koud en we hadden al uren gezocht. Ze hadden groot gelijk, en het was ook erg verleidelijk om de warmte op te gaan zoeken, maar wij besloten om nog even door te gaan. We liepen met 3 werkgroepleden, de coördinator en de mannen van de Vlinderstichting naar het bedoelde gebiedje. Twee toverhazelaars stonden al prachtig geel te bloeien. De lente komt er aan! We bereikten het bewuste groenstrookje en kwamen er achter dat ook deze aan de rand van een uitlaatterrein was. En ik wil niet overdrijven, maar wat hier aan hondenstront lag was werkelijk niet normaal. Het was goor. A dirty job, dat vlindereitjes zoeken hoor. De jongste van de Vlinderstichting gaf het al snel op en zocht het redelijk strontvrije asfaltpad op. Ik zocht voorzichtig mijn weg en wierp zo snel mogelijk een blik op de sleedoornstruiken. De andere vier deden het rustiger aan. Ik vond het mooi geweest en maakte mijn schoenen strontvrij door ze door de sneeuw te halen. Er zat gelukkig niet veel onder mijn zolen dus ik was met een paar minuten klaar. Bij degenen die nog wel zochten zag ik grote hompen bruine derrie zitten, bah, bah, bah. Uiteindelijk hadden ook zij de hele strook uitgeplozen en scheten we er definitief mee uit. Geen eitje van de Sleedoornpage gevonden, ook al zagen de struikjes er veelbelovend uit. Wel vonden we een paar eitjes van de Blauwrandspanner. Als beloning 4 paar strontschoenen die met veel, heel veel moeite werden schoongemaakt in de sneeuw. Leve de sneeuw!
We hebben veel geleerd over de Sleedoornpage. De vlinders bevinden zich voornamelijk boven in de bomen bij de sleedoorns. In hun Latijnse naam zit het woord ‘betulae’, wat berk betekend. Ze dachten dus dat de vlinder als waardplant de berk had. Later bleek dat ze wel veel bovenin berken te vinden zijn (die nog wel eens tussen bv. sleedoornstruiken staan), maar dat de echte waardplant sleedoorn is. De vlinders voeden zich voornamelijk met honingdauw, een vloeistof die luizen uitscheiden, die zijn ook goed te vinden bovenin de bomen. De paring vindt ook hoog in de bomen plaats. Voor de aanmaak van eitjes hebben de vrouwelijke vlinders naast de honingdauw echter ook nog nectar nodig. De nectar is in de bloemetjes van de planten op de grond te vinden, en daardoor zie je vaker vrouwelijke sleedoornpages vliegen dan mannelijke exemplaren. Daarnaast worden de eitjes tot zo’n 2 meter hoogte in de sleedoorns gelegd. Je kan ze overal op de takken vinden, maar voornamelijk in de oksels van takken, op het gedeelte tussen oud en nieuw hout. De Sleedoornpage is een standvlinder (een populatie die al minstens 10 jaar op dezelfde plek voorkomt). Grappig was dat er, op precies hetzelfde takje, op precies dezelfde plek waar vorig jaar één van de eitjes was gevonden, er ook dit jaar een eitje was gelegd. Blijkbaar waren sommige struiken ook meer geliefd dan anderen, want in 1 struik vonden we wel 4 eitjes terwijl anderen er geen of 1 bezaten.
Ook hebben we geleerd dat zo’n sleedoornstrook goed onderhouden moet worden om een populatie Sleedoornpages in stand te kunnen houden. Zo is het belangrijk dat er veel jong hout aanwezig is. Maar je moet nu ook weer niet in één keer alles snoeien en oud hout verwijderen. Als er open plekken in het struweel ontstaan schrikken de vlinders en zoeken ze een andere locatie op. Dus maximaal, verdeeld over de strook, een paar struiken rooien, en deze dan controleren op eitjes. Samenwerking tussen gemeente en werkgroep is dus nodig: als er gerooid/gesnoeid wordt zal de Vlinderwerkgroep aanwezig moeten zijn om de takken te controleren op eitjes!
We hebben dus weer heel wat geleerd vandaag! Het was een leuke ervaring en we hebben allebei in ieder geval 3 eitjes van de Sleedoornpage gevonden. Toch de moeite waard! En een Blauwrandspanner hadden we ook nog nooit gezien, laat staan de eitjes ervan.
P.S.: als iemand nog opmerkingen of aanvullingen heeft over de Sleedoornpage horen we dat graag! 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen