woensdag 5 mei 2010

Vlinderwerkgroep bezoekt vliegveld Deelen, het neusje van de zalm

Vlinderwerkgroep bezoekt vliegveld Deelen, het neusje van de zalm

5 mei 2010, door Violet Middelman

Op donderdag 29 april jl. mochten we met een zeer select gezelschap een bezoek brengen aan vliegveld Deelen. Natuurlijk bezochten we het terrein niet zomaar, het was de bedoeling dat we vlinders zouden inventariseren, zowel dag- als nachtvlinders. Op het vliegveld komt maar liefst de helft (26) van de in Nederland voorkomende soorten dagvlinders (53) voor!

Tijdens een rondje over het terrein in een busje vertelde onze begeleider Cor Kaldenbach (van o.a. de vogelwacht) over de verschillende vegetaties en over hun maaibeleid. Hij wees ons op de aanwezige vogelsoorten en leerde ons de verschillende vogels herkennen d.m.v. de vogelgeluiden en uiterlijke kenmerken.

Op het terrein kwamen veel soorten vogels voor, waaronder de roodborsttapuit, de gewone tapuit, de zwarte roodstaart, de grauwe klauwier, het paapje en de geelgors. De geelgors blijkt aan zijn zang zeer makkelijk herkenbaar: hij zingt een stukje van de 5e van Beethoven!

Later op de ochtend mochten we het veld in. Het was prachtig weer; zonnig met een lichte sluierbewolking. Het veldwerk begon op een heideveldje waar het, naarmate de ochtend vorderde, steeds heter werd. We merkten dat het al lange tijd niet had geregend: de heide was gort- en gortdroog, net als bijvoorbeeld op De Stompert in Soest. En, net als op De Stompert was de heide bruin van de heidehaantjes.

Het mocht er allemaal dood uit zien, er was genoeg leven te bekennen! We vonden al snel verschillende soorten insecten, en ook de verschillende vormen daarvan. We ontdekten zowel eitjes als rupsen en vlinders.

De eitjes die we zagen waren van de vlindersoorten heideringelrups (zeldzaam), veelvraat en kleine nachtpauwoog. We zagen rupsen van de grauwe borstel (zeldzaam), de cocon van een kleine beer en verschillende soorten nachtvlinders en micro’s die rondvlogen of ergens een rustplekje hadden. De mooiste van de vlindertjes was toch wel het vlindertje van de pluimzakdrager. De pluimzakdrager brengt zijn of haar jonge levensjaren door als rupsje in een zelfgemaakt zakje, een kokertje. Het zakje is gemaakt van allerlei materiaaltjes zoals stukjes gras, mos en heide.


Rups van de pluimzakdrager in zak - foto: Violet Middelman


Het rupsje sleept zijn huisje met zich mee en zal uiteindelijk verpoppen in het zakje. En dan, dan komt er een klein, zwart vlindertje uit. Als je goed kijkt is ie een beetje harig, en zijn de vleugeltjes doorschijnend. Klein maar fijn!

Een behaard lieveheersbeestje kruiste ons pad, ook weer een zeldzame soort. Op de zanderige gedeeltes zagen we veel gewone wegwespen, wespen die op een spin parasiteren. Ze vallen een spin aan, verlammen hem, slepen hem mee naar hun holletje en leggen hun eitjes bij (of in?) de spin. De spin blijft in leven tot het kroost van de wegwesp uitkomt. Dan is de spin, jammer maar helaas, voedsel voor de kleine wegwespjes.

Bij een stukje waar wat jonge boompjes zag Remco hoe een boomblauwtje eitjes afzette op de jonge twijgen van een vuilboompje. Schitterend om te zien hoe het vrouwtje haar achterlijfje tegen de takjes aan duwde en er een piepklein, lichtblauw eitje achterliet.


Ei afzettend boomblauwtje - foto: Violet Middelman


Het was heet, zo’n 27 °C, geen schaduw te bekennen. Het was zelfs te warm voor adders en hagedissen. Die bleven liever in hun koele holletje. Aan het begin van de middag was het tijd om naar een plekje met wat meer schaduw te gaan. Lekker! Hier gingen we op zoek naar de rupsjes van de bosparelmoer. Waardplant van deze vlinder is hengel, dus we zochten de hengelplantjes af. We kwamen heel veel kleine zwarte rupsjes tegen, maar dit waren geen van allen vlinderrupsjes. Het waren larven van een keversoort.

Onze laatste bestemming was een klein hoekje met heide. Het was op de valreep want de dag liep al ten einde. Toch bleek het meer dan de moeite waard: we vonden een populatie van wel 20 rupsen van de grauwe borstel, en dat op zo’n klein stukje!


Cor Kaldenbach speurt naar rupsen van de grauwe borstel - foto: Hetty Edrees


Een zeer zeldzaam mooi stukje want we zagen hier ook een zeldzaam kevertje voorbij komen. Voorbij komen rennen eigenlijk, het viel niet mee om een foto van het kevertje te maken! Gelukkig is het wel gelukt om een zodanige foto te maken dat de kever herkend kon worden als een mosloper (Lebia chlorocephala), wat ook weer een zeldzame soort blijkt te zijn! Tevens vonden we hier een rupsje van de bruine metaalvlinder (zeldzaam) en sloten we het bezoek af met gele, zwart gespikkelde rupsjes.


Rups sint jans vlinder - foto: Hetty Edrees


We hadden ze bijna over het hoofd gezien. We bekeken het plantje waar de rupsen op zaten en probeerden uit te maken welk plantje het kon zijn. Er werd een boek bijgehaald, waar zowel de vlinders, de rupsen en de waardplanten in worden vermeld en kwamen al snel uit op de sint-jansvlinder. Geen zeldzame soort, maar de rupsen waren zeker de moeite waard. We stonden er bijna bovenop met onze lompe voeten, en tot onze verbazing zaten er zeker meer dan 20 rupsen, verspreid over een paar vierkante meter.


Op dit stukje vonden we de Sint-jansvlinderrupsen - foto: Hetty Edrees


We hopen met onze waarnemingen van al deze zeldzame en minder zeldzame waarnemingen een waardevolle bijdrage te leveren voor het beheer van de verschillende gebieden op vliegveld Deelen. Aan de hand van de aangetroffen soorten flora en fauna wordt er een (maai)beleid gevoerd dat erop is gericht deze soorten te beschermen en in stand te houden.

Het gedeelte waar we als laatste een blik wierpen, dat kleine stukje heide, heeft bijvoorbeeld al een aangepast beheersysteem. Blijkbaar werpt dat zijn vruchten af, want hier hebben we veruit de meeste zeldzame soorten per vierkante meter gevonden!

Het was een warme en intensieve dag. Moe en rood verkleurd, maar met een voldaan gevoel, gingen we weer op huis aan.


Rups bruine metaalvlinder - foto: Hetty Edrees

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen