woensdag 5 mei 2010

Vlinderwerkgroep bezoekt vliegveld Deelen, het neusje van de zalm

Vlinderwerkgroep bezoekt vliegveld Deelen, het neusje van de zalm

5 mei 2010, door Violet Middelman

Op donderdag 29 april jl. mochten we met een zeer select gezelschap een bezoek brengen aan vliegveld Deelen. Natuurlijk bezochten we het terrein niet zomaar, het was de bedoeling dat we vlinders zouden inventariseren, zowel dag- als nachtvlinders. Op het vliegveld komt maar liefst de helft (26) van de in Nederland voorkomende soorten dagvlinders (53) voor!

Tijdens een rondje over het terrein in een busje vertelde onze begeleider Cor Kaldenbach (van o.a. de vogelwacht) over de verschillende vegetaties en over hun maaibeleid. Hij wees ons op de aanwezige vogelsoorten en leerde ons de verschillende vogels herkennen d.m.v. de vogelgeluiden en uiterlijke kenmerken.

Op het terrein kwamen veel soorten vogels voor, waaronder de roodborsttapuit, de gewone tapuit, de zwarte roodstaart, de grauwe klauwier, het paapje en de geelgors. De geelgors blijkt aan zijn zang zeer makkelijk herkenbaar: hij zingt een stukje van de 5e van Beethoven!

Later op de ochtend mochten we het veld in. Het was prachtig weer; zonnig met een lichte sluierbewolking. Het veldwerk begon op een heideveldje waar het, naarmate de ochtend vorderde, steeds heter werd. We merkten dat het al lange tijd niet had geregend: de heide was gort- en gortdroog, net als bijvoorbeeld op De Stompert in Soest. En, net als op De Stompert was de heide bruin van de heidehaantjes.

Het mocht er allemaal dood uit zien, er was genoeg leven te bekennen! We vonden al snel verschillende soorten insecten, en ook de verschillende vormen daarvan. We ontdekten zowel eitjes als rupsen en vlinders.

De eitjes die we zagen waren van de vlindersoorten heideringelrups (zeldzaam), veelvraat en kleine nachtpauwoog. We zagen rupsen van de grauwe borstel (zeldzaam), de cocon van een kleine beer en verschillende soorten nachtvlinders en micro’s die rondvlogen of ergens een rustplekje hadden. De mooiste van de vlindertjes was toch wel het vlindertje van de pluimzakdrager. De pluimzakdrager brengt zijn of haar jonge levensjaren door als rupsje in een zelfgemaakt zakje, een kokertje. Het zakje is gemaakt van allerlei materiaaltjes zoals stukjes gras, mos en heide.


Rups van de pluimzakdrager in zak - foto: Violet Middelman


Het rupsje sleept zijn huisje met zich mee en zal uiteindelijk verpoppen in het zakje. En dan, dan komt er een klein, zwart vlindertje uit. Als je goed kijkt is ie een beetje harig, en zijn de vleugeltjes doorschijnend. Klein maar fijn!

Een behaard lieveheersbeestje kruiste ons pad, ook weer een zeldzame soort. Op de zanderige gedeeltes zagen we veel gewone wegwespen, wespen die op een spin parasiteren. Ze vallen een spin aan, verlammen hem, slepen hem mee naar hun holletje en leggen hun eitjes bij (of in?) de spin. De spin blijft in leven tot het kroost van de wegwesp uitkomt. Dan is de spin, jammer maar helaas, voedsel voor de kleine wegwespjes.

Bij een stukje waar wat jonge boompjes zag Remco hoe een boomblauwtje eitjes afzette op de jonge twijgen van een vuilboompje. Schitterend om te zien hoe het vrouwtje haar achterlijfje tegen de takjes aan duwde en er een piepklein, lichtblauw eitje achterliet.


Ei afzettend boomblauwtje - foto: Violet Middelman


Het was heet, zo’n 27 °C, geen schaduw te bekennen. Het was zelfs te warm voor adders en hagedissen. Die bleven liever in hun koele holletje. Aan het begin van de middag was het tijd om naar een plekje met wat meer schaduw te gaan. Lekker! Hier gingen we op zoek naar de rupsjes van de bosparelmoer. Waardplant van deze vlinder is hengel, dus we zochten de hengelplantjes af. We kwamen heel veel kleine zwarte rupsjes tegen, maar dit waren geen van allen vlinderrupsjes. Het waren larven van een keversoort.

Onze laatste bestemming was een klein hoekje met heide. Het was op de valreep want de dag liep al ten einde. Toch bleek het meer dan de moeite waard: we vonden een populatie van wel 20 rupsen van de grauwe borstel, en dat op zo’n klein stukje!


Cor Kaldenbach speurt naar rupsen van de grauwe borstel - foto: Hetty Edrees


Een zeer zeldzaam mooi stukje want we zagen hier ook een zeldzaam kevertje voorbij komen. Voorbij komen rennen eigenlijk, het viel niet mee om een foto van het kevertje te maken! Gelukkig is het wel gelukt om een zodanige foto te maken dat de kever herkend kon worden als een mosloper (Lebia chlorocephala), wat ook weer een zeldzame soort blijkt te zijn! Tevens vonden we hier een rupsje van de bruine metaalvlinder (zeldzaam) en sloten we het bezoek af met gele, zwart gespikkelde rupsjes.


Rups sint jans vlinder - foto: Hetty Edrees


We hadden ze bijna over het hoofd gezien. We bekeken het plantje waar de rupsen op zaten en probeerden uit te maken welk plantje het kon zijn. Er werd een boek bijgehaald, waar zowel de vlinders, de rupsen en de waardplanten in worden vermeld en kwamen al snel uit op de sint-jansvlinder. Geen zeldzame soort, maar de rupsen waren zeker de moeite waard. We stonden er bijna bovenop met onze lompe voeten, en tot onze verbazing zaten er zeker meer dan 20 rupsen, verspreid over een paar vierkante meter.


Op dit stukje vonden we de Sint-jansvlinderrupsen - foto: Hetty Edrees


We hopen met onze waarnemingen van al deze zeldzame en minder zeldzame waarnemingen een waardevolle bijdrage te leveren voor het beheer van de verschillende gebieden op vliegveld Deelen. Aan de hand van de aangetroffen soorten flora en fauna wordt er een (maai)beleid gevoerd dat erop is gericht deze soorten te beschermen en in stand te houden.

Het gedeelte waar we als laatste een blik wierpen, dat kleine stukje heide, heeft bijvoorbeeld al een aangepast beheersysteem. Blijkbaar werpt dat zijn vruchten af, want hier hebben we veruit de meeste zeldzame soorten per vierkante meter gevonden!

Het was een warme en intensieve dag. Moe en rood verkleurd, maar met een voldaan gevoel, gingen we weer op huis aan.


Rups bruine metaalvlinder - foto: Hetty Edrees

maandag 3 mei 2010

De Bonte vliegenvangers

De bonte vliegenvangers

3 mei 2010, door Violet Middelman

Afgelopen woensdag ging ik eerst met de Vlinderwerkgroep IVN-Eemland het gebied De Stompert inventariseren. We vonden een aantal zeldzame rupsen, zagen gewone wegwespen (spinnendoders) vechten om een spin, er fladderden verschillende dag- en nachtvlinders rond en als toetje kruiste een reebokje ons pad. Het was ruim 12 uur geweest toen we het gebied verlieten en terugkeerden naar huis. Ik had niet veel tijd in verband met een volgende afspraak maar moest nog wel even wat eten. Het was prachtig weer, en de (nieuwe) kiosk bij de Lange Duinen lag op mijn weg. Een mooie plek om even snel iets te eten en te drinken. Terwijl ik aan een tafeltje zat werd mijn aandacht afgeleid door twee vogeltjes die druk bezig waren bij een nestkast. Ze vlogen het kastje in en uit, maar namen geen nestmateriaal of voedsel mee naar binnen. Ze leken vooral erg in hun sas met een ruimte waarin ze een gezinnetje zouden kunnen stichten. Constant waren ze in de buurt van de nestkast en vlogen ze speels achter elkaar aan.


Het bonte vliegenvanger mannetje toont zijn kleuren - foto: Violet Middelman


Een prachtig gezicht, maar wat voor vogeltjes waren het? Geen koolmezen of pimpelmezen, geen vinken, geen boomklevers… Voor mijn gevoel waren het vliegenvangers. Niet dat ik veel ervaring heb met die vogeltjes, maar toch. Het waren in ieder geval geen vogeltjes die ik dagelijks zag en ze hadden een dun snaveltje wat duidt op insecteneters. Ik maakte wat foto’s en genoot van het drukke gebeuren. Op een gegeven moment kwam er een grote bonte specht op bezoek. De specht (zeer groot in verhouding met de drukke vogeltjes) landde vlak boven de nestkast op de stam en ging daar op zoek naar voedsel. De vogeltjes kwamen direct aangevlogen en joegen de veel grotere vogel met veel herrie en druk vlieggedrag weg. Toch altijd bijzonder om te zien dat kleine vogeltjes zoveel durf hebben om hun territorium en/of kroost tegen grote rovers te beschermen.

Thuis gekomen zocht ik snel op internet welke vogels het geweest konden zijn en kwam inderdaad uit bij de vliegenvangers. Het ging om de bonte vliegenvanger. Schitterend dat ze bij ons in Soest misschien gaan broeden: het zijn echte trekvogels en waren een paar decennia terug zeker nog niet algemeen in Nederland. Maar ze komen hier steeds vaker voor. Het zijn typische holenbroeders, maar prefereren vaak een nestkast boven een natuurlijke holte. De bonte vliegenvangers overwinteren in West-Afrika, ten zuiden van de Sahel. Dat is zo’n 6000 km vliegen naar Nederland als ik het goed heb!

Zoals de naam ‘vliegenvanger’ al aangeeft leeft de bonte vliegenvanger uitsluitend van insecten.


Bonte vliegenvanger paartje (koppie uit nestkastopening = man en vogel rechts op tak = vrouw) - foto: Violet Middelman


Het bewuste nestkastje is gemaakt door Jaap van den Berg. Hij heeft voor het materiaal gebruik gemaakt van ‘Russisch grenen’: restanten van het hout dat voor de nieuwe kiosk (in blokhutvorm) is gebruikt. Bijzonder is dat de nestkasten pas vier weken geleden zijn geplaatst en er nu al duidelijk interesse voor was! Geweldig dat de natuur zo snel de nieuwe mogelijkheden benut! En ook maakt het duidelijk dat de natuur behoefte heeft aan extra nestgelegenheid.

Voorlopig is het nog de vraag of de bonte vliegenvangers hier ook daadwerkelijk gaan broeden, maar zoals ze de nestkast verdedigden, toen de grote bonte specht te dichtbij kwam, geeft aan dat ze het in ieder geval een mooie nestkast vonden!

Ik heb genoten van het prachtige schouwspel en hoop dat er nog veel meer mensen zijn die hiervan kunnen genieten. Om te zorgen dat de bonte vliegenvangers niet worden afgeschrikt blijft het natuurlijk zaak om afstand van de nestkast te houden. Vanaf het terras van de kiosk bij de Lange Duinen valt e.e.a. goed te bekijken. Het is dan ook niet nodig om de vogels te verstoren door vlak onder de nestkast te gaan staan!

Hopelijk gaan de bonte vliegenvangers er inderdaad nestelen, kunnen ze hun jongen ongestoord laten uitvliegen en kan iedereen die dat wil er ook van genieten.

zondag 18 april 2010

Vliegtuigvrij weekend

18-04-2010 Vliegtuigvrij weekend

Hmmmm, wat is dit lekker! Een strakblauwe lucht, en nog zonder vliegtuigen ook! Een grote wolk vulkanische as vanaf IJsland houdt vliegtuigen aan de grond, maar laat de zon gelukkig door. Waar er normaal gesproken elke paar minuten wel een vliegtuig over komt, is het nu een zee van rust. Geen geluiden van vliegtuigen maar wel heel veel zoemende insecten. Heel vervelend voor de gestrande reizigers, maar wij genieten er van! Samen met de stralende voorjaarszon, fris groene blaadjes, voorjaarsbloeiers, vlindertjes, bijtjes, wespjes en nog veel meer maakt dit het tot een ultiem lenteweekend.
De spreeuw zingt momenteel het hoogste lied, schitterend! De mussen tjilpen en zijn blij met de voersilo’s. In de straat hebben we 2 groenlingen gezien met nestmateriaal, pimpelmeesjes, koolmeesjes en kauwtjes komen haren voor hun nest halen. We hebben namelijk paardenhaar opgehangen, de vogeltjes vinden dit erg fijn voor hun nestjes.
In de tuin hebben we dit weekend al weer heel wat beestjes gezien, maar ook daarbuiten tiert het welig. De eerste dagvlinders zijn al een tijdje te zien, in de tuin al Boomblauwtjes, Geaderd witje, Dagpauwoog, Citroenvlinder en Gehakkelde aurelia gehad. Maar naast vogels en dagvlinders ook veel ander grut. Bijtjes, wespjes, vliegen, kevertjes, het kan niet op. Ook veel soorten spinnen in de tuin. Mooi hoor, maar ik blijf liever bij ze uit de buurt.
De katten zijn ook dolblij met het mooie weer, ze zijn niet uit de tuin weg te slaan! Ze zoeken de beste plekjes op om in het zonnetje te luieren, en als het te warm wordt zoeken ze de schaduw op om even af te koelen.
En omdat de tuin hard aan een onderhoudsbeurtje toe was zijn we vandaag niet gaan lopen, maar hebben we de dag in de tuin door gebracht. Het meeste is nu weer gesnoeid en geveegd. De kliko zit boordevol. Nog ruim anderhalve week voordat ie geleegd wordt… Maar, de tuin ziet er weer redelijk strak uit (voor zover dat bij ons kan). De bloemknoppen van de Blauwe regen en de Malus (sierappel) zagen we groeien vandaag! De kwee en het krentenboompje staan fantastisch te bloeien en de geur van de blauwe druifjes is bijna bedwelmend.
Een weekend met een strakblauwe lucht en zonder vliegtuigen. Wanneer zullen we dat nog eens mee maken?! We hebben er volop van genoten en zijn ons van de unieke situatie bewust. Als het vliegverkeer al eens plat ligt, vliegt er toch meestal wel het één en ander in de lucht aan ijzeren vogels. Daarnaast vallen dat soort dagen normaal gesproken ook op slechte dagen, dagen dat je niet lekker in de tuin kan zitten. Maar nu, juist nu was het heerlijk!!!
We hopen dat dit een voorbode is van een stralend voorjaar en daarop volgend een stralende zomer! Nog een weekje en de gierzwaluwen gaan arriveren. We kunnen niet wachten! Gisteren en vandaag hebben we de lucht al afgespeurd in de hoop op… Maar nee, we moeten nog even geduld hebben! Nog even wachten op het ‘geskriiiieee’ van de Apus apus Nog even wachten of ze dit jaar al gebruik gaan maken van de nestkasten. Nog even wachten… Maar niet lang meer!

zondag 4 april 2010

Weer een bijzonder microvlindertje, deel II

Weer een bijzonder microvlindertje, deel I deel II

4 april 2010, door Violet Middelman & Remco Vos

Op 21 maart jl. was het een prachtige voorjaarsdag, we waren lekker bezig in de tuin. Tijdens snoeiwerkzaamheden aan de klimop ontdekte Remco twee klimopblaadjes die met een soort spinsels aan elkaar geplakt waren. Nieuwsgierig maakt hij de blaadjes voorzichtig los van elkaar en zag een klein rupsje zitten. Dat moest wel de larve van een microvlinder zijn. Maar welke, want er zijn bijna 1500 verschillende soorten microvlinders in Nederland!


Gemarmerde drievlekbladroller (Lozotaenia forsterana) - foto: Violet Middelman


Met zo’n klein rupsje was daar voor ons geen beginnen aan dus plaatsten we de foto’s op een forum. Al snel kregen we een vrij enthousiaste reactie van T. Muus, microkenner, dat het misschien de Klimopbladroller (Clepsis dumicolana) betrof, een soort die voor hem interessant was om uit te kweken in verband met onderzoek. Hij verzocht ons of we misschien een exemplaar aan hem op konden sturen. Nog geen kwartier later kregen we van dezelfde persoon weer een reactie: waarschijnlijk was het toch een andere soort, de Gemarmerde drievlekbladroller (Lozotaenia forsterana). Iets minder leuk voor hem, maar nog steeds interessant genoeg om uit te kweken. Helaas, op dat moment had het rupsje al de pootjes genomen…

Een week later vond Remco nog een paar vastgeplakte klimopblaadjes en besloten we er twee op te sturen. Aan het eind van de dag plukten we de blaadjes met rupsjes en stopten ze in een leeg doosje voor pleisters. Het doosje ging in een bubbeltjesenveloppe op de post.

Gisteren kregen we de reactie dat het inderdaad om de Gemarmerde drievlekbladroller ging. Deze soort is schaars buiten Gelderland en Overijssel en uit de provincie Utrecht zijn nog geen eerdere waarnemingen bekend! Het is één van de grootste bladrollers en vliegt van mei t/m juli.


Op deze foto zie je hoe klein de rups is (links boven op het blad; de andere foto is een close-up) - foto: Violet Middelman


De kans dat we de vlinder straks zullen zien vliegen is klein, ze vliegen immers ’s nachts. En ook al is het één van de grootste bladrollers, met een spanwijdte van 21-27 mm vallen ze natuurlijk niet echt op. We zijn in onze sas met deze bijzondere vondst in eigen tuin te Soest!

Zie voor een foto van de vlinder: www.microlepidoptera.nl.

dinsdag 30 maart 2010

Vlinderen

30-03-2010 Vlinderen

Ik spreek regelmatig met iemand af om een gebiedje te bezoeken. Gewoon om te kijken wat er aan rupsjes, vlinders, libellen en ander klein spul te vinden is. De zeldzame soorten krijgen wat extra aandacht, maar over het algemeen bekijken we alles wat we tegen komen.
We hebben intussen al weer verschillende gebiedjes bekeken en al heel wat leuks gezien. De eerste Bruine winterjuffers bijvoorbeeld. Deze juffertjes (kleine libel) houden in rust de vleugels aan één kant van het lichaam gevouwen. Ook de eerste rupsen beginnen weer te komen en we zagen dat de Heidehaantjes alweer actief zijn. De Heidehaantjes betekenen dus dat de komende zomer de heide niet paars maar bruin zal zijn. Jammer, maar dan maken we wel weer kans op de Hiërogliefenlieveheersbeestjes, die leven van de larven van de Heidehaantjes.
Afgelopen donderdag zijn we met een paar leden van de vlinderwerkgroep op zoek gegaan naar nachtvlinders. De coördinator had een paar dagen van te voren een mengsel gemaakt. In de tussentijd was het mengsel lekker gaan gisten, sommige vlinders zijn er dol op. Een uur voor zonsondergang had ze 3 bomen voorzien van een kring van ‘smeer’, het mengsel. Toen we rond 19.15 uur langs de bomen liepen zagen we verschillende nachtvlinders die op het smeer waren afgekomen. De kleine uiltjes waren aan het smikkelen van het goedje, maar ook mieren vonden het lekker. We kwamen in de schemering bij een heideveldje en zagen daar meerdere nachtvlinders, vooral de mannetjes van de Grote voorjaarsspanner waren goed vertegenwoordigd.
Op de terugweg kwamen we weer langs de bomen met smeer. Nu zaten er veel meer nachtvlinders op de bomen. De meeste waren van hetzelfde soort, maar we zagen ook vrouwtjesvlinders van de Grote voorjaarsspanner (ze hebben kleine vleugeltjes) en nachtvlinders die een heel andere tekening en grootte hadden dan de ‘standaard’ vlindertjes.
We hebben aangetroffen:
23 Grote voorjaarsspanner - Agriopis marginaria (waarvan 3 vrouwtjes)
Roodkopwinteruil (zeldzaam) - Conistra erythrocephala (schaars waargenomen in provincie Utrecht)
3  Bosbesuil - Conistra vaccinii
20 Kleine voorjaarsuil - Orthosia cruda
6  Tweestreepvoorjaarsuil - Orthosia cerasi
6  Dubbelstipvoorjaarsuil - Perigrapha munda
1  Gewone zakdrager - Psyche casta
1  Acleris notana/ferrugana
4  Voorjaarsbladroller - Tortricodes alternella
Ook al hebben we zelfs gedurende de winter vlindertjes gezien, nu de lente is begonnen merk je dat het aanbod qua soorten weer groter wordt. Dagvlinders beginnen weer te vliegen, maar ook andere insecten laten zich weer zien. We zijn benieuwd wat we dit jaar allemaal gaan tegen komen!

woensdag 3 maart 2010

De lente komt er aan

03-03-2010 De lente komt er aan

We leven nu pas 3 dagen in maart, maar al die dagen hangt de lente in de lucht. Het zonnetje schijnt regelmatig en de vogels genieten hier overduidelijk van. Ook is sinds 1 maart de site Beleef de Lente van de Vogelbescherming weer on line en kunnen we meegenieten van verschillende soorten vogels die hopelijk een nest gaan bouwen. Ook al hebben we weer een periode met nachtvorst, het is duidelijk dat Lente het gevecht van Winter gaat winnen. Het kan niet lang meer duren, de overwinning is nabij!
Vandaag had ik mijn wekelijkse vrije dag en na een uitstapje ’s ochtends dook ik de tuin in. We maken de tuin nooit ‘winterklaar’ door al het blad en plantenmateriaal te verwijderen. Veel mensen vinden dat je een tuin winterklaar moet maken omdat het er dan netjes uit ziet. Ja, dat klopt… Maar in nette tuintjes hebben beestjes weinig kans. Vogels willen niet scharrelen in een net aangeharkte, kale tuin. Op een kale bodem is weinig te vinden, juist tussen de afgevallen bladeren zitten enorm veel insecten verstopt. En niet alleen de insecten worden door dit dekbedje van blad beschermd tegen de koude winter, ook de planten zelf hebben er baat bij. En in de loop van de herfst en winter verteert een deel van het blad; goede compost voor de tuin. En je hoeft er niets voor te doen, het gebeurt gewoon vanzelf! Het scheelt je een boel tijd en flora en fauna in en om je tuin varen er wel bij. De buren zullen er misschien niet altijd even blij mee zijn, maar zeg nou zelf; al die strakke tuintjes die op elkaar lijken… Zoooo saai! Maar goed, ieder zijn eigen smaak.
In de achtertuin scheen de zon, heerlijk! Zonder jas naar buiten, wat een genot! Ik begon met het verwijderen van de oude bladeren van de iris. Ergens had ik verwacht dat er misschien een salamander onder verstopt zou zitten, maar nee. Wel een klein rupsje (Huismoeder?), lieveheersbeestjes en een micro-vlindertje (een vedermotje). Ik had hem duidelijk gestoord: driftig fladderend met z’n kleine vleugeltjes zocht hij een ander plekje op. Het vlindertje bleef maar niet stil zitten en vloog de tuin uit voor ik hem op de foto had kunnen krijgen. Door al het gefladder had ik ook niet goed naar de vleugeltjes kunnen kijken, het zal dus altijd een raadsel blijven welk vedermotje dit is geweest.
In het rotstuintje hadden een aantal crocusjes, hun koppies alweer boven de grond uitgestoken, om mooi paars en geel te zijn. In een hoekje in de tuin zag ik een toefje scilla’s in bloei en de witte sneeuwklokjes stonden ook te pronken. De knoppen van veel planten en struiken beginnen langzaamaan wat groter te worden. Vogels raken steeds meer in de ban van het vinden van een partner en nestruimte. Het spat er nog niet helemaal vanaf, en ook ruik je die speciale, frisse, lentegeur nog niet, maar je voelt de spanning in de natuur.
In de voortuin (schaduwkant) hangt een nestkastje, ooit door mijn opa gemaakt. Er zit een klein stokje bij het in/uitvlieggat. Helemaal fout als je dat zo hoort, maar bij ons lijken ze het wel prettig te vinden. Het kastje hangt met de zijkant vlak tegen het raam van onze woonkamer aan (ook dat schijnt ze niet te storen) met vlak boven het nestkastje een kleine ‘overstek’ van de 1e verdieping van het huis. Twee jaar terug heeft er een koolmezenpaartje succesvol in gebroed, vorig jaar is de kast regelmatig bezocht door pimpel- en koolmezen, maar is er niet in gebroed. Afgelopen winter kwamen er regelmatig pimpel- en koolmezen schuilen. Vandaag kwam er een pimpelmees, eerst voorzichtig vanuit het krentje om zich heen kijkend, steeds dichter naar het huisje toe. Hij sprokkelde nog wat moed bij elkaar en ging op het stokje van de nestkast zitten. Keek om zich heen en keek voorzichtig in het huisje. Om zich heen, in het huisje, om zich heen, in het huisje. Het zag er schattig uit, zo’n klein vogeltje op zoek naar een mooi plekje dat zijn toekomstige partner genoeg kan bekoren. Heel eventjes verdween het pimpeltje in het huisje maar vloog al snel weg. Even later kwam er een stoere koolmees naar het huisje toe. Deze was duidelijk meer op zijn gemak dan de pimpelmees. Vanaf het stokje gluurde hij naar binnen en tikte eens wat tegen de rand van de opening. Huisje in, en eruit met een wit ietsje in zijn snavel. Dit tafereel herhaalde zich een paar maal. Waren het vuiltjes die werden verwijderd (uitwerpselen van de mezen die er afgelopen winter af en toe hebben overnacht?) of waren het insectjes? Ik vermoed het eerste. Grappig om te zien was dat de koolmees ook gelijk de pimpelmees weg joeg als ie ook maar in de buurt kwam. Duidelijk een geval van territoriumdrift!
Bij het werk in de voortuin kwam ik een frisgroene rups tegen van de Agaatvlinder, maar ook lieveheersbeestjes, een suffe regenworm en een bruine rups (Huismoeder?). De sneeuwklokjes staan vrolijk te bloeien, verschillende kleuren crocussen en ook de cyclaampjes staan er leuk bij. De knoppen van de kwee staan op springen en het toverhazelaartje dat we vorig jaar van mijn moeder hebben gehad heeft prachtig gele bloempjes. Lang leve het voorjaar!
Vanmiddag zaten er, behalve een groepje huismussen, 4 puttertjes op de vetbollen in de het Malusboompje. Prachtig gekleurde vogeltjes!

dinsdag 2 maart 2010

De Gierzwaluwkasten hangen

02-03-2010 De Gierzwaluwkasten hangen

Op zaterdag 27 februari was het zover, onze twee nestkasten voor de gierzwaluwen werden opgehangen. Mooi op tijd voor de aanvang van het broedseizoen. Over zo’n anderhalve maand arriveren de eerste gierzwaluwen al, hoera!
Met twee man sterk zouden ze de kasten op komen hangen maar helaas werd er één opgeroepen voor de storingsdienst. Het was gelukkig geen probleem, ook in zijn eentje kon de Handige Man de kasten wel ophangen. Zijn zoontje keek toe en hielp af een beetje. De lange ladder die was meegenomen werd uitgeschoven tot vlak onder de nok. De Handige Man klom omhoog en bekeek de plek waar we de gierzwaluwen hadden zien verdwijnen. Er zat inderdaad voldoende ruimte tussen de pannen en toen hij de pan iets optilde kwam hij met het heugelijke nieuws dat er inderdaad een nest had gezeten! Helemaal geweldig natuurlijk, nu weten we het echt zeker. Bij andere dakpannen leek ook nog voldoende ruimte te zijn voor gierzwaluwen, dus met een beetje mazzel hebben we straks onze eigen kolonie!
De 1e kast werd bevestigd, schuin onder het dakoverstek, in de buurt van de nestingang onder de pannen. De 2e kast werd aan de linkerkant van de muur bevestigd, horizontaal. Gaaf zeg, twee nestgelegenheden erbij! We gaan kijken of er dit jaar gebruik gemaakt gaat worden van de kasten en zo ja, door wie. Het is een lastige plek om in de gaten te houden, maar we gaan ons best doen!