Weer een bijzonder microvlindertje, deel II deel I
4 juli 2010, door Violet Middelman
Op 4 april 2010 zonden wij een stukje in voor deze site getiteld “Weer een bijzonder microvlindertje”. Het ging over een klein rupsje dat we in de klimop in onze tuin hadden ontdekt, de 1e waarneming van een Gemarmerde drievlekbladroller (Lozotaenia forsterana) in de provincie Utrecht.
We schreven dat de kans klein was dat we de vlinder later zouden zien vliegen omdat deze soort ’s nachts vliegt en niet echt groot is. Maar hoera, ook het imago (de vlinder zelf) zat op 25 juni jl. in onze tuin en liet zich redelijk gewillig op de foto zetten!
Graag stellen we u voor aan de vliegende vorm van de Gemarmerde drievlekbladroller:
Gemarmerde drievlekbladroller - foto: Violet Middelman
Ze zijn ongeveer 1 cm groot, misschien 1,5 cm. Bovenstaande zit op een blaadje van de Marjolein te slapen. We zijn erg blij dat we niet alleen de rups hebben gezien maar nu ook het volwassen vlindertje! De 2e waarneming in Utrecht (de 1e was dus ‘onze’ rups). We hopen dat de soort zich in Soest e.o. zal verspreiden en zijn benieuwd of meer mensen deze vlinder hebben gezien.
zondag 4 juli 2010
vrijdag 2 juli 2010
Gierzwaluwen en meer plezier
03-07-2010 Gierzwaluwen en meer natuurplezier
Vrijdag 2 juli 2010
Tjonge jonge, wat is het warm! Temperaturen boven de 30 °C, ’t is wat. Als je alleen maar met je ogen knippert breekt het zweet je al uit: het is echt zomer! Maar als wij het al zo warm hebben, hoe gaat het dan met alle jonge vogels onder dakpannen en in nestkasjes?
Het duurde dit jaar even voordat we tijd (en goed weer) hadden om te kijken of er ook nu Gierzwaluwen onder onze dakpannen zouden duiken. We waren hier namelijk een klein beetje bezorgd over omdat er dit voorjaar 2 nestkasten voor de Gierzwaluwen zijn opgehangen, misschien zouden de vogels wel worden afgeschrikt door de gewijzigde situatie… We zagen en hoorden ze al wel vanaf eind april/begin mei, dat was in ieder geval al iets. Maar gelukkig, afgelopen week was het dan zover: de nestkasten blijken geen probleem of obstakel voor ze te zijn, er wordt weer genesteld onder de pannen!
’s Avonds vliegen ze luid gierend langs het huis, prachtig! Dat geluid hoort wat mij betreft zo bij de zomer, bij zwoele avonden, bij genieten van de natuur. Maar hoe leuk ook, de afgelopen week was het wel heel warm en dat gaat niet echt veranderen de komende dagen. We hopen dan ook maar dat als er jonge giertjes onder onze pannen zitten, dat ze er goed doorheen komen… Want met dit weer vallen zelfs de mussen van het dak!
En over mussen gesproken; dolle pret bij ons in en rond de tuin! We hebben de groep Huismussen zien groeien. Eerst zaten de jongen te bedelen om voer, later haalden ze het zelf uit de silo’s. We denken dat er intussen meer dan 30 Huismussen rond ons huis wonen. Ze gebruiken de 3 voersilo’s massaal, jagen elkaar weg om zelf ook een hapje te kunnen eten. Een mooi gezicht!
De Koolmezen hebben succesvol in het nestkastje bij het raam gebroed. Pa en ma Koolmees vlogen af en aan met rupsen en insecten, soms dwars door de groep luidruchtige mussen heen. En soms, heel soms, namen ze even de tijd om zelf wat te eten bij een voersilo om daarna direct weer op zoek te gaan naar vers voer voor de jongen.
De tuin tiert weer welig; de teunisbloem krijgt elke avond prachtig nieuwe, gele bloemen, die ook nog eens heerlijk ruiken. De lavendel heeft het prima naar de zin en staat er lekker paars bij. De kamperfoelie heeft het wel een beetje moeilijk met de warmte en droogte, maar over het algeheel genomen staat het meeste er nog goed bij.
Nog even terug naar de Gierzwaluwen; de nieuwe nestkasten hebben ze nog niet in gebruik genomen. Het duurt eigenlijk ook altijd minimaal een jaar voordat ze in gebruik genomen worden door de zwaluwen. Vaak komen er eerst ook andere vogels in, zoals Spreeuw en Huismus. Voor de Gierzwaluwen dan ook vaak een teken dat het om een bewoonbare ruimte gaat en ze daar volgend jaar misschien wel gebruik van kunnen maken. In de herfst of winter wordt er waarschijnlijk gekeken of de kasten bewoond zijn geweest en dan eventueel schoon gemaakt. We zullen dus nog wel even moeten wachten voordat we weten of er dit voorjaar al gebruik van de nestkasten is gemaakt.
Voorlopig genieten we nog met volle teugen van het gegier in de lucht en om het huis, want voor je het weet zijn ze al weer op weg naar Afrika.
zaterdag 15 mei 2010
Groene Hart IVN Eemland excursie
Terugblik excursie Groene Hart, natuurgebied De Willeskop
15 mei 2010, door Violet Middelman
Een IVN-excursie naar het Groene Hart, onbekend terrein voor velen.
Op zaterdagochtend 8 mei verzamelden we, ongeveer 15 man/vrouw, bij de Oude Kerk in Soest. Het regende zachtjes, een grauw begin van de dag. We reden naar Benschop waar we parkeerden bij Zorgboerderij De Haan van de Stichting Abrona. Bij het bezoekerscentrum van De Utrechtse Waarden (op het terrein van Zorgboerderij De Haan) begonnen we met koffie en thee. Corry Heus, organisator van de excursie, had twee vlaaien meegenomen die met veel smaak werden verorberd.
Voordat we op pad zouden gaan kregen we een korte doch duidelijke beschrijving over het gebied van onze IVN-gids Carin Laarman, afdeling IVN Nieuwegein-IJsselstein. Het gebied dat we zouden bezoeken bestond uit oude houthakkades en een stuk ‘nieuwe natuur’. In het verleden is het gebied op de schop genomen, het is nu een groene zone. Er zijn plassen en natte gedeeltes gemaakt. Het gebied is in 2002 ‘opgeleverd’ en heeft zich intussen ontwikkeld tot een mooi stukje natuur. Veel vogels op en bij het water, veel insecten op de bloemrijke graslanden en slootranden.
foto: Peter van der Wijst
Rond een uur of tien gingen we het land in. We volgden een graspad langs weilanden en een drassige strook. Peter (van der Wijst) wist een langs vliegende reiger te benoemen als Purperreiger. Hij wees ons op verschillende vogelgeluiden en benoemde een grote, overvliegende roofvogel tot vrouwtje Bruine kiekendief. Gierzwaluwen en Boerenzwaluwen waren druk op jacht naar insecten, schitterend om te zien.
Bij de uitkijktoren en de plassen aangekomen zagen we veel vogels op en bij het water. Veel Knobbelzwanen, een Visdiefje op een stammetje in het water, een Lepelaar, Indische gans, Nijlganzen, Aalscholvers en nog veel meer.
We gingen verder over een houthakkade en ontdekten een mooie, harige rups, welke van de vlindersoort Rietvink bleek te zijn.
Rietvink - foto: Violet Middelman
Terwijl ik een macrofoto maakte, met mijn lens bijna op de rups, stond Peter op een paar meter afstand met zijn telelens een foto van de rups te maken! Verschil moet er zijn! Toch vond hij de rups mooi genoeg om zijn telelens te verwisselen voor een macrolens. Dat verwisselen duurde wel even, dus al gauw liep de groep verder en bleven we met z’n tweetjes achter. Na een aantal foto’s verwisselde Peter zijn lenzen weer en hoorde een IJsvogel roepen. Prachtig natuurlijk!
Toen we eindelijk weer aan de wandel gingen liep de groep een flink eind voor ons. Halverwege stond Remco ons op te wachten: hij had weer een rups van de Rietvink gevonden. Even later zagen we een vogelnest, waarschijnlijk van een Merel, in een half holle, omgevallen boomstam. Het nest was al verlaten, er lag nog een halve eierschaal naast. Het zag eruit alsof het broedsel goed was uitgekomen.
Een klein stukje verderop zagen we een libel (juffer) rustig op een blad zitten, een Grote roodoogjuffer.
Grote roodoogjuffer - foto: Violet Middelman
We waren bezig om de groep weer in te halen, maar werden afgeleid door een vliegend insect. Een nachtvlinder? Het beest wilde maar niet stil zitten voor een duidelijke foto, maar we konden een paar plaatjes schieten. Na een beetje hulp via internet blijkt het een soort Schietmot te zijn geweest.
Een smal bruggetje met aan één kant een leuning en meerdere overstapjes over schuine planken bracht ons over een brede sloot naar een volgend gebiedje. Er stond riet waar veel Rietgorzen vertoefden. Aan het eind van dat graspad kwamen we weer een beetje bij de groep. Eindelijk.
Een volgende houthakkade bracht ons uiteindelijk weer naar de plassen en de uitkijktoren. Het zonnetje kwam een beetje door, we kregen het bijna warm! We zagen in de tussentijd nog verschillende soorten insecten, zoals een Schorsvlieg, een mooie mug of wesp, kevertjes en de rups van een Donsvlinder.
Schorsvlieg - foto: Violet Middelman
De excursie eindigde waar hij was begonnen, bij Zorgboerderij De Haan. Op een paar mensen na koos iedereen ervoor om nog iets te eten en/of te drinken bij het theehuis van de boerderij. Het weer was lekker genoeg om dit buiten aan een grote picknicktafel te doen.
Na een mooie en gezellige excursie gingen we daarna allemaal weer op huis aan.
Link's naar externe websites (openen in een apart window of tabblad):
Voor de foto’s van Peter van der Wijst klik hier: http://picasaweb.google.com/PGServe/ExcursieGroeneHart#
Voor de foto’s van Violet Middelman klik hier: http://ivn.wandelavonturen.nl/#202.0
Voor een ieder die wil weten welke waarnemingen we hebben gedaan (welke vogels ed. we hebben gezien):
http://waarneming.nl/user/view/14902?q=&g=0&from=2010-05-08&to=2010-05-08&prov=0&z=1&sp=0&gb=0&cdna=0&page=1
15 mei 2010, door Violet Middelman
Een IVN-excursie naar het Groene Hart, onbekend terrein voor velen.
Op zaterdagochtend 8 mei verzamelden we, ongeveer 15 man/vrouw, bij de Oude Kerk in Soest. Het regende zachtjes, een grauw begin van de dag. We reden naar Benschop waar we parkeerden bij Zorgboerderij De Haan van de Stichting Abrona. Bij het bezoekerscentrum van De Utrechtse Waarden (op het terrein van Zorgboerderij De Haan) begonnen we met koffie en thee. Corry Heus, organisator van de excursie, had twee vlaaien meegenomen die met veel smaak werden verorberd.
Voordat we op pad zouden gaan kregen we een korte doch duidelijke beschrijving over het gebied van onze IVN-gids Carin Laarman, afdeling IVN Nieuwegein-IJsselstein. Het gebied dat we zouden bezoeken bestond uit oude houthakkades en een stuk ‘nieuwe natuur’. In het verleden is het gebied op de schop genomen, het is nu een groene zone. Er zijn plassen en natte gedeeltes gemaakt. Het gebied is in 2002 ‘opgeleverd’ en heeft zich intussen ontwikkeld tot een mooi stukje natuur. Veel vogels op en bij het water, veel insecten op de bloemrijke graslanden en slootranden.
foto: Peter van der Wijst
Rond een uur of tien gingen we het land in. We volgden een graspad langs weilanden en een drassige strook. Peter (van der Wijst) wist een langs vliegende reiger te benoemen als Purperreiger. Hij wees ons op verschillende vogelgeluiden en benoemde een grote, overvliegende roofvogel tot vrouwtje Bruine kiekendief. Gierzwaluwen en Boerenzwaluwen waren druk op jacht naar insecten, schitterend om te zien.
Bij de uitkijktoren en de plassen aangekomen zagen we veel vogels op en bij het water. Veel Knobbelzwanen, een Visdiefje op een stammetje in het water, een Lepelaar, Indische gans, Nijlganzen, Aalscholvers en nog veel meer.
We gingen verder over een houthakkade en ontdekten een mooie, harige rups, welke van de vlindersoort Rietvink bleek te zijn.
Rietvink - foto: Violet Middelman
Terwijl ik een macrofoto maakte, met mijn lens bijna op de rups, stond Peter op een paar meter afstand met zijn telelens een foto van de rups te maken! Verschil moet er zijn! Toch vond hij de rups mooi genoeg om zijn telelens te verwisselen voor een macrolens. Dat verwisselen duurde wel even, dus al gauw liep de groep verder en bleven we met z’n tweetjes achter. Na een aantal foto’s verwisselde Peter zijn lenzen weer en hoorde een IJsvogel roepen. Prachtig natuurlijk!
Toen we eindelijk weer aan de wandel gingen liep de groep een flink eind voor ons. Halverwege stond Remco ons op te wachten: hij had weer een rups van de Rietvink gevonden. Even later zagen we een vogelnest, waarschijnlijk van een Merel, in een half holle, omgevallen boomstam. Het nest was al verlaten, er lag nog een halve eierschaal naast. Het zag eruit alsof het broedsel goed was uitgekomen.
Een klein stukje verderop zagen we een libel (juffer) rustig op een blad zitten, een Grote roodoogjuffer.
Grote roodoogjuffer - foto: Violet Middelman
We waren bezig om de groep weer in te halen, maar werden afgeleid door een vliegend insect. Een nachtvlinder? Het beest wilde maar niet stil zitten voor een duidelijke foto, maar we konden een paar plaatjes schieten. Na een beetje hulp via internet blijkt het een soort Schietmot te zijn geweest.
Een smal bruggetje met aan één kant een leuning en meerdere overstapjes over schuine planken bracht ons over een brede sloot naar een volgend gebiedje. Er stond riet waar veel Rietgorzen vertoefden. Aan het eind van dat graspad kwamen we weer een beetje bij de groep. Eindelijk.
Een volgende houthakkade bracht ons uiteindelijk weer naar de plassen en de uitkijktoren. Het zonnetje kwam een beetje door, we kregen het bijna warm! We zagen in de tussentijd nog verschillende soorten insecten, zoals een Schorsvlieg, een mooie mug of wesp, kevertjes en de rups van een Donsvlinder.
Schorsvlieg - foto: Violet Middelman
De excursie eindigde waar hij was begonnen, bij Zorgboerderij De Haan. Op een paar mensen na koos iedereen ervoor om nog iets te eten en/of te drinken bij het theehuis van de boerderij. Het weer was lekker genoeg om dit buiten aan een grote picknicktafel te doen.
Na een mooie en gezellige excursie gingen we daarna allemaal weer op huis aan.
Link's naar externe websites (openen in een apart window of tabblad):
Voor de foto’s van Peter van der Wijst klik hier: http://picasaweb.google.com/PGServe/ExcursieGroeneHart#
Voor de foto’s van Violet Middelman klik hier: http://ivn.wandelavonturen.nl/#202.0
Voor een ieder die wil weten welke waarnemingen we hebben gedaan (welke vogels ed. we hebben gezien):
http://waarneming.nl/user/view/14902?q=&g=0&from=2010-05-08&to=2010-05-08&prov=0&z=1&sp=0&gb=0&cdna=0&page=1
woensdag 5 mei 2010
Vlinderwerkgroep bezoekt vliegveld Deelen, het neusje van de zalm
Vlinderwerkgroep bezoekt vliegveld Deelen, het neusje van de zalm
5 mei 2010, door Violet Middelman
Op donderdag 29 april jl. mochten we met een zeer select gezelschap een bezoek brengen aan vliegveld Deelen. Natuurlijk bezochten we het terrein niet zomaar, het was de bedoeling dat we vlinders zouden inventariseren, zowel dag- als nachtvlinders. Op het vliegveld komt maar liefst de helft (26) van de in Nederland voorkomende soorten dagvlinders (53) voor!
Tijdens een rondje over het terrein in een busje vertelde onze begeleider Cor Kaldenbach (van o.a. de vogelwacht) over de verschillende vegetaties en over hun maaibeleid. Hij wees ons op de aanwezige vogelsoorten en leerde ons de verschillende vogels herkennen d.m.v. de vogelgeluiden en uiterlijke kenmerken.
Op het terrein kwamen veel soorten vogels voor, waaronder de roodborsttapuit, de gewone tapuit, de zwarte roodstaart, de grauwe klauwier, het paapje en de geelgors. De geelgors blijkt aan zijn zang zeer makkelijk herkenbaar: hij zingt een stukje van de 5e van Beethoven!
Later op de ochtend mochten we het veld in. Het was prachtig weer; zonnig met een lichte sluierbewolking. Het veldwerk begon op een heideveldje waar het, naarmate de ochtend vorderde, steeds heter werd. We merkten dat het al lange tijd niet had geregend: de heide was gort- en gortdroog, net als bijvoorbeeld op De Stompert in Soest. En, net als op De Stompert was de heide bruin van de heidehaantjes.
Het mocht er allemaal dood uit zien, er was genoeg leven te bekennen! We vonden al snel verschillende soorten insecten, en ook de verschillende vormen daarvan. We ontdekten zowel eitjes als rupsen en vlinders.
De eitjes die we zagen waren van de vlindersoorten heideringelrups (zeldzaam), veelvraat en kleine nachtpauwoog. We zagen rupsen van de grauwe borstel (zeldzaam), de cocon van een kleine beer en verschillende soorten nachtvlinders en micro’s die rondvlogen of ergens een rustplekje hadden. De mooiste van de vlindertjes was toch wel het vlindertje van de pluimzakdrager. De pluimzakdrager brengt zijn of haar jonge levensjaren door als rupsje in een zelfgemaakt zakje, een kokertje. Het zakje is gemaakt van allerlei materiaaltjes zoals stukjes gras, mos en heide.
Rups van de pluimzakdrager in zak - foto: Violet Middelman
Het rupsje sleept zijn huisje met zich mee en zal uiteindelijk verpoppen in het zakje. En dan, dan komt er een klein, zwart vlindertje uit. Als je goed kijkt is ie een beetje harig, en zijn de vleugeltjes doorschijnend. Klein maar fijn!
Een behaard lieveheersbeestje kruiste ons pad, ook weer een zeldzame soort. Op de zanderige gedeeltes zagen we veel gewone wegwespen, wespen die op een spin parasiteren. Ze vallen een spin aan, verlammen hem, slepen hem mee naar hun holletje en leggen hun eitjes bij (of in?) de spin. De spin blijft in leven tot het kroost van de wegwesp uitkomt. Dan is de spin, jammer maar helaas, voedsel voor de kleine wegwespjes.
Bij een stukje waar wat jonge boompjes zag Remco hoe een boomblauwtje eitjes afzette op de jonge twijgen van een vuilboompje. Schitterend om te zien hoe het vrouwtje haar achterlijfje tegen de takjes aan duwde en er een piepklein, lichtblauw eitje achterliet.
Ei afzettend boomblauwtje - foto: Violet Middelman
Het was heet, zo’n 27 °C, geen schaduw te bekennen. Het was zelfs te warm voor adders en hagedissen. Die bleven liever in hun koele holletje. Aan het begin van de middag was het tijd om naar een plekje met wat meer schaduw te gaan. Lekker! Hier gingen we op zoek naar de rupsjes van de bosparelmoer. Waardplant van deze vlinder is hengel, dus we zochten de hengelplantjes af. We kwamen heel veel kleine zwarte rupsjes tegen, maar dit waren geen van allen vlinderrupsjes. Het waren larven van een keversoort.
Onze laatste bestemming was een klein hoekje met heide. Het was op de valreep want de dag liep al ten einde. Toch bleek het meer dan de moeite waard: we vonden een populatie van wel 20 rupsen van de grauwe borstel, en dat op zo’n klein stukje!
Cor Kaldenbach speurt naar rupsen van de grauwe borstel - foto: Hetty Edrees
Een zeer zeldzaam mooi stukje want we zagen hier ook een zeldzaam kevertje voorbij komen. Voorbij komen rennen eigenlijk, het viel niet mee om een foto van het kevertje te maken! Gelukkig is het wel gelukt om een zodanige foto te maken dat de kever herkend kon worden als een mosloper (Lebia chlorocephala), wat ook weer een zeldzame soort blijkt te zijn! Tevens vonden we hier een rupsje van de bruine metaalvlinder (zeldzaam) en sloten we het bezoek af met gele, zwart gespikkelde rupsjes.
Rups sint jans vlinder - foto: Hetty Edrees
We hadden ze bijna over het hoofd gezien. We bekeken het plantje waar de rupsen op zaten en probeerden uit te maken welk plantje het kon zijn. Er werd een boek bijgehaald, waar zowel de vlinders, de rupsen en de waardplanten in worden vermeld en kwamen al snel uit op de sint-jansvlinder. Geen zeldzame soort, maar de rupsen waren zeker de moeite waard. We stonden er bijna bovenop met onze lompe voeten, en tot onze verbazing zaten er zeker meer dan 20 rupsen, verspreid over een paar vierkante meter.
Op dit stukje vonden we de Sint-jansvlinderrupsen - foto: Hetty Edrees
We hopen met onze waarnemingen van al deze zeldzame en minder zeldzame waarnemingen een waardevolle bijdrage te leveren voor het beheer van de verschillende gebieden op vliegveld Deelen. Aan de hand van de aangetroffen soorten flora en fauna wordt er een (maai)beleid gevoerd dat erop is gericht deze soorten te beschermen en in stand te houden.
Het gedeelte waar we als laatste een blik wierpen, dat kleine stukje heide, heeft bijvoorbeeld al een aangepast beheersysteem. Blijkbaar werpt dat zijn vruchten af, want hier hebben we veruit de meeste zeldzame soorten per vierkante meter gevonden!
Het was een warme en intensieve dag. Moe en rood verkleurd, maar met een voldaan gevoel, gingen we weer op huis aan.
Rups bruine metaalvlinder - foto: Hetty Edrees
5 mei 2010, door Violet Middelman
Op donderdag 29 april jl. mochten we met een zeer select gezelschap een bezoek brengen aan vliegveld Deelen. Natuurlijk bezochten we het terrein niet zomaar, het was de bedoeling dat we vlinders zouden inventariseren, zowel dag- als nachtvlinders. Op het vliegveld komt maar liefst de helft (26) van de in Nederland voorkomende soorten dagvlinders (53) voor!
Tijdens een rondje over het terrein in een busje vertelde onze begeleider Cor Kaldenbach (van o.a. de vogelwacht) over de verschillende vegetaties en over hun maaibeleid. Hij wees ons op de aanwezige vogelsoorten en leerde ons de verschillende vogels herkennen d.m.v. de vogelgeluiden en uiterlijke kenmerken.
Op het terrein kwamen veel soorten vogels voor, waaronder de roodborsttapuit, de gewone tapuit, de zwarte roodstaart, de grauwe klauwier, het paapje en de geelgors. De geelgors blijkt aan zijn zang zeer makkelijk herkenbaar: hij zingt een stukje van de 5e van Beethoven!
Later op de ochtend mochten we het veld in. Het was prachtig weer; zonnig met een lichte sluierbewolking. Het veldwerk begon op een heideveldje waar het, naarmate de ochtend vorderde, steeds heter werd. We merkten dat het al lange tijd niet had geregend: de heide was gort- en gortdroog, net als bijvoorbeeld op De Stompert in Soest. En, net als op De Stompert was de heide bruin van de heidehaantjes.
Het mocht er allemaal dood uit zien, er was genoeg leven te bekennen! We vonden al snel verschillende soorten insecten, en ook de verschillende vormen daarvan. We ontdekten zowel eitjes als rupsen en vlinders.
De eitjes die we zagen waren van de vlindersoorten heideringelrups (zeldzaam), veelvraat en kleine nachtpauwoog. We zagen rupsen van de grauwe borstel (zeldzaam), de cocon van een kleine beer en verschillende soorten nachtvlinders en micro’s die rondvlogen of ergens een rustplekje hadden. De mooiste van de vlindertjes was toch wel het vlindertje van de pluimzakdrager. De pluimzakdrager brengt zijn of haar jonge levensjaren door als rupsje in een zelfgemaakt zakje, een kokertje. Het zakje is gemaakt van allerlei materiaaltjes zoals stukjes gras, mos en heide.
Rups van de pluimzakdrager in zak - foto: Violet Middelman
Het rupsje sleept zijn huisje met zich mee en zal uiteindelijk verpoppen in het zakje. En dan, dan komt er een klein, zwart vlindertje uit. Als je goed kijkt is ie een beetje harig, en zijn de vleugeltjes doorschijnend. Klein maar fijn!
Een behaard lieveheersbeestje kruiste ons pad, ook weer een zeldzame soort. Op de zanderige gedeeltes zagen we veel gewone wegwespen, wespen die op een spin parasiteren. Ze vallen een spin aan, verlammen hem, slepen hem mee naar hun holletje en leggen hun eitjes bij (of in?) de spin. De spin blijft in leven tot het kroost van de wegwesp uitkomt. Dan is de spin, jammer maar helaas, voedsel voor de kleine wegwespjes.
Bij een stukje waar wat jonge boompjes zag Remco hoe een boomblauwtje eitjes afzette op de jonge twijgen van een vuilboompje. Schitterend om te zien hoe het vrouwtje haar achterlijfje tegen de takjes aan duwde en er een piepklein, lichtblauw eitje achterliet.
Ei afzettend boomblauwtje - foto: Violet Middelman
Het was heet, zo’n 27 °C, geen schaduw te bekennen. Het was zelfs te warm voor adders en hagedissen. Die bleven liever in hun koele holletje. Aan het begin van de middag was het tijd om naar een plekje met wat meer schaduw te gaan. Lekker! Hier gingen we op zoek naar de rupsjes van de bosparelmoer. Waardplant van deze vlinder is hengel, dus we zochten de hengelplantjes af. We kwamen heel veel kleine zwarte rupsjes tegen, maar dit waren geen van allen vlinderrupsjes. Het waren larven van een keversoort.
Onze laatste bestemming was een klein hoekje met heide. Het was op de valreep want de dag liep al ten einde. Toch bleek het meer dan de moeite waard: we vonden een populatie van wel 20 rupsen van de grauwe borstel, en dat op zo’n klein stukje!
Cor Kaldenbach speurt naar rupsen van de grauwe borstel - foto: Hetty Edrees
Een zeer zeldzaam mooi stukje want we zagen hier ook een zeldzaam kevertje voorbij komen. Voorbij komen rennen eigenlijk, het viel niet mee om een foto van het kevertje te maken! Gelukkig is het wel gelukt om een zodanige foto te maken dat de kever herkend kon worden als een mosloper (Lebia chlorocephala), wat ook weer een zeldzame soort blijkt te zijn! Tevens vonden we hier een rupsje van de bruine metaalvlinder (zeldzaam) en sloten we het bezoek af met gele, zwart gespikkelde rupsjes.
Rups sint jans vlinder - foto: Hetty Edrees
We hadden ze bijna over het hoofd gezien. We bekeken het plantje waar de rupsen op zaten en probeerden uit te maken welk plantje het kon zijn. Er werd een boek bijgehaald, waar zowel de vlinders, de rupsen en de waardplanten in worden vermeld en kwamen al snel uit op de sint-jansvlinder. Geen zeldzame soort, maar de rupsen waren zeker de moeite waard. We stonden er bijna bovenop met onze lompe voeten, en tot onze verbazing zaten er zeker meer dan 20 rupsen, verspreid over een paar vierkante meter.
Op dit stukje vonden we de Sint-jansvlinderrupsen - foto: Hetty Edrees
We hopen met onze waarnemingen van al deze zeldzame en minder zeldzame waarnemingen een waardevolle bijdrage te leveren voor het beheer van de verschillende gebieden op vliegveld Deelen. Aan de hand van de aangetroffen soorten flora en fauna wordt er een (maai)beleid gevoerd dat erop is gericht deze soorten te beschermen en in stand te houden.
Het gedeelte waar we als laatste een blik wierpen, dat kleine stukje heide, heeft bijvoorbeeld al een aangepast beheersysteem. Blijkbaar werpt dat zijn vruchten af, want hier hebben we veruit de meeste zeldzame soorten per vierkante meter gevonden!
Het was een warme en intensieve dag. Moe en rood verkleurd, maar met een voldaan gevoel, gingen we weer op huis aan.
Rups bruine metaalvlinder - foto: Hetty Edrees
maandag 3 mei 2010
De Bonte vliegenvangers
De bonte vliegenvangers
3 mei 2010, door Violet Middelman
Afgelopen woensdag ging ik eerst met de Vlinderwerkgroep IVN-Eemland het gebied De Stompert inventariseren. We vonden een aantal zeldzame rupsen, zagen gewone wegwespen (spinnendoders) vechten om een spin, er fladderden verschillende dag- en nachtvlinders rond en als toetje kruiste een reebokje ons pad. Het was ruim 12 uur geweest toen we het gebied verlieten en terugkeerden naar huis. Ik had niet veel tijd in verband met een volgende afspraak maar moest nog wel even wat eten. Het was prachtig weer, en de (nieuwe) kiosk bij de Lange Duinen lag op mijn weg. Een mooie plek om even snel iets te eten en te drinken. Terwijl ik aan een tafeltje zat werd mijn aandacht afgeleid door twee vogeltjes die druk bezig waren bij een nestkast. Ze vlogen het kastje in en uit, maar namen geen nestmateriaal of voedsel mee naar binnen. Ze leken vooral erg in hun sas met een ruimte waarin ze een gezinnetje zouden kunnen stichten. Constant waren ze in de buurt van de nestkast en vlogen ze speels achter elkaar aan.
Het bonte vliegenvanger mannetje toont zijn kleuren - foto: Violet Middelman
Een prachtig gezicht, maar wat voor vogeltjes waren het? Geen koolmezen of pimpelmezen, geen vinken, geen boomklevers… Voor mijn gevoel waren het vliegenvangers. Niet dat ik veel ervaring heb met die vogeltjes, maar toch. Het waren in ieder geval geen vogeltjes die ik dagelijks zag en ze hadden een dun snaveltje wat duidt op insecteneters. Ik maakte wat foto’s en genoot van het drukke gebeuren. Op een gegeven moment kwam er een grote bonte specht op bezoek. De specht (zeer groot in verhouding met de drukke vogeltjes) landde vlak boven de nestkast op de stam en ging daar op zoek naar voedsel. De vogeltjes kwamen direct aangevlogen en joegen de veel grotere vogel met veel herrie en druk vlieggedrag weg. Toch altijd bijzonder om te zien dat kleine vogeltjes zoveel durf hebben om hun territorium en/of kroost tegen grote rovers te beschermen.
Thuis gekomen zocht ik snel op internet welke vogels het geweest konden zijn en kwam inderdaad uit bij de vliegenvangers. Het ging om de bonte vliegenvanger. Schitterend dat ze bij ons in Soest misschien gaan broeden: het zijn echte trekvogels en waren een paar decennia terug zeker nog niet algemeen in Nederland. Maar ze komen hier steeds vaker voor. Het zijn typische holenbroeders, maar prefereren vaak een nestkast boven een natuurlijke holte. De bonte vliegenvangers overwinteren in West-Afrika, ten zuiden van de Sahel. Dat is zo’n 6000 km vliegen naar Nederland als ik het goed heb!
Zoals de naam ‘vliegenvanger’ al aangeeft leeft de bonte vliegenvanger uitsluitend van insecten.
Bonte vliegenvanger paartje (koppie uit nestkastopening = man en vogel rechts op tak = vrouw) - foto: Violet Middelman
Het bewuste nestkastje is gemaakt door Jaap van den Berg. Hij heeft voor het materiaal gebruik gemaakt van ‘Russisch grenen’: restanten van het hout dat voor de nieuwe kiosk (in blokhutvorm) is gebruikt. Bijzonder is dat de nestkasten pas vier weken geleden zijn geplaatst en er nu al duidelijk interesse voor was! Geweldig dat de natuur zo snel de nieuwe mogelijkheden benut! En ook maakt het duidelijk dat de natuur behoefte heeft aan extra nestgelegenheid.
Voorlopig is het nog de vraag of de bonte vliegenvangers hier ook daadwerkelijk gaan broeden, maar zoals ze de nestkast verdedigden, toen de grote bonte specht te dichtbij kwam, geeft aan dat ze het in ieder geval een mooie nestkast vonden!
Ik heb genoten van het prachtige schouwspel en hoop dat er nog veel meer mensen zijn die hiervan kunnen genieten. Om te zorgen dat de bonte vliegenvangers niet worden afgeschrikt blijft het natuurlijk zaak om afstand van de nestkast te houden. Vanaf het terras van de kiosk bij de Lange Duinen valt e.e.a. goed te bekijken. Het is dan ook niet nodig om de vogels te verstoren door vlak onder de nestkast te gaan staan!
Hopelijk gaan de bonte vliegenvangers er inderdaad nestelen, kunnen ze hun jongen ongestoord laten uitvliegen en kan iedereen die dat wil er ook van genieten.
3 mei 2010, door Violet Middelman
Afgelopen woensdag ging ik eerst met de Vlinderwerkgroep IVN-Eemland het gebied De Stompert inventariseren. We vonden een aantal zeldzame rupsen, zagen gewone wegwespen (spinnendoders) vechten om een spin, er fladderden verschillende dag- en nachtvlinders rond en als toetje kruiste een reebokje ons pad. Het was ruim 12 uur geweest toen we het gebied verlieten en terugkeerden naar huis. Ik had niet veel tijd in verband met een volgende afspraak maar moest nog wel even wat eten. Het was prachtig weer, en de (nieuwe) kiosk bij de Lange Duinen lag op mijn weg. Een mooie plek om even snel iets te eten en te drinken. Terwijl ik aan een tafeltje zat werd mijn aandacht afgeleid door twee vogeltjes die druk bezig waren bij een nestkast. Ze vlogen het kastje in en uit, maar namen geen nestmateriaal of voedsel mee naar binnen. Ze leken vooral erg in hun sas met een ruimte waarin ze een gezinnetje zouden kunnen stichten. Constant waren ze in de buurt van de nestkast en vlogen ze speels achter elkaar aan.
Het bonte vliegenvanger mannetje toont zijn kleuren - foto: Violet Middelman
Een prachtig gezicht, maar wat voor vogeltjes waren het? Geen koolmezen of pimpelmezen, geen vinken, geen boomklevers… Voor mijn gevoel waren het vliegenvangers. Niet dat ik veel ervaring heb met die vogeltjes, maar toch. Het waren in ieder geval geen vogeltjes die ik dagelijks zag en ze hadden een dun snaveltje wat duidt op insecteneters. Ik maakte wat foto’s en genoot van het drukke gebeuren. Op een gegeven moment kwam er een grote bonte specht op bezoek. De specht (zeer groot in verhouding met de drukke vogeltjes) landde vlak boven de nestkast op de stam en ging daar op zoek naar voedsel. De vogeltjes kwamen direct aangevlogen en joegen de veel grotere vogel met veel herrie en druk vlieggedrag weg. Toch altijd bijzonder om te zien dat kleine vogeltjes zoveel durf hebben om hun territorium en/of kroost tegen grote rovers te beschermen.
Thuis gekomen zocht ik snel op internet welke vogels het geweest konden zijn en kwam inderdaad uit bij de vliegenvangers. Het ging om de bonte vliegenvanger. Schitterend dat ze bij ons in Soest misschien gaan broeden: het zijn echte trekvogels en waren een paar decennia terug zeker nog niet algemeen in Nederland. Maar ze komen hier steeds vaker voor. Het zijn typische holenbroeders, maar prefereren vaak een nestkast boven een natuurlijke holte. De bonte vliegenvangers overwinteren in West-Afrika, ten zuiden van de Sahel. Dat is zo’n 6000 km vliegen naar Nederland als ik het goed heb!
Zoals de naam ‘vliegenvanger’ al aangeeft leeft de bonte vliegenvanger uitsluitend van insecten.
Bonte vliegenvanger paartje (koppie uit nestkastopening = man en vogel rechts op tak = vrouw) - foto: Violet Middelman
Het bewuste nestkastje is gemaakt door Jaap van den Berg. Hij heeft voor het materiaal gebruik gemaakt van ‘Russisch grenen’: restanten van het hout dat voor de nieuwe kiosk (in blokhutvorm) is gebruikt. Bijzonder is dat de nestkasten pas vier weken geleden zijn geplaatst en er nu al duidelijk interesse voor was! Geweldig dat de natuur zo snel de nieuwe mogelijkheden benut! En ook maakt het duidelijk dat de natuur behoefte heeft aan extra nestgelegenheid.
Voorlopig is het nog de vraag of de bonte vliegenvangers hier ook daadwerkelijk gaan broeden, maar zoals ze de nestkast verdedigden, toen de grote bonte specht te dichtbij kwam, geeft aan dat ze het in ieder geval een mooie nestkast vonden!
Ik heb genoten van het prachtige schouwspel en hoop dat er nog veel meer mensen zijn die hiervan kunnen genieten. Om te zorgen dat de bonte vliegenvangers niet worden afgeschrikt blijft het natuurlijk zaak om afstand van de nestkast te houden. Vanaf het terras van de kiosk bij de Lange Duinen valt e.e.a. goed te bekijken. Het is dan ook niet nodig om de vogels te verstoren door vlak onder de nestkast te gaan staan!
Hopelijk gaan de bonte vliegenvangers er inderdaad nestelen, kunnen ze hun jongen ongestoord laten uitvliegen en kan iedereen die dat wil er ook van genieten.
zondag 18 april 2010
Vliegtuigvrij weekend
18-04-2010 Vliegtuigvrij weekend
Hmmmm, wat is dit lekker! Een strakblauwe lucht, en nog zonder vliegtuigen ook! Een grote wolk vulkanische as vanaf IJsland houdt vliegtuigen aan de grond, maar laat de zon gelukkig door. Waar er normaal gesproken elke paar minuten wel een vliegtuig over komt, is het nu een zee van rust. Geen geluiden van vliegtuigen maar wel heel veel zoemende insecten. Heel vervelend voor de gestrande reizigers, maar wij genieten er van! Samen met de stralende voorjaarszon, fris groene blaadjes, voorjaarsbloeiers, vlindertjes, bijtjes, wespjes en nog veel meer maakt dit het tot een ultiem lenteweekend.
De spreeuw zingt momenteel het hoogste lied, schitterend! De mussen tjilpen en zijn blij met de voersilo’s. In de straat hebben we 2 groenlingen gezien met nestmateriaal, pimpelmeesjes, koolmeesjes en kauwtjes komen haren voor hun nest halen. We hebben namelijk paardenhaar opgehangen, de vogeltjes vinden dit erg fijn voor hun nestjes.
In de tuin hebben we dit weekend al weer heel wat beestjes gezien, maar ook daarbuiten tiert het welig. De eerste dagvlinders zijn al een tijdje te zien, in de tuin al Boomblauwtjes, Geaderd witje, Dagpauwoog, Citroenvlinder en Gehakkelde aurelia gehad. Maar naast vogels en dagvlinders ook veel ander grut. Bijtjes, wespjes, vliegen, kevertjes, het kan niet op. Ook veel soorten spinnen in de tuin. Mooi hoor, maar ik blijf liever bij ze uit de buurt.
De katten zijn ook dolblij met het mooie weer, ze zijn niet uit de tuin weg te slaan! Ze zoeken de beste plekjes op om in het zonnetje te luieren, en als het te warm wordt zoeken ze de schaduw op om even af te koelen.
En omdat de tuin hard aan een onderhoudsbeurtje toe was zijn we vandaag niet gaan lopen, maar hebben we de dag in de tuin door gebracht. Het meeste is nu weer gesnoeid en geveegd. De kliko zit boordevol. Nog ruim anderhalve week voordat ie geleegd wordt… Maar, de tuin ziet er weer redelijk strak uit (voor zover dat bij ons kan). De bloemknoppen van de Blauwe regen en de Malus (sierappel) zagen we groeien vandaag! De kwee en het krentenboompje staan fantastisch te bloeien en de geur van de blauwe druifjes is bijna bedwelmend.
Een weekend met een strakblauwe lucht en zonder vliegtuigen. Wanneer zullen we dat nog eens mee maken?! We hebben er volop van genoten en zijn ons van de unieke situatie bewust. Als het vliegverkeer al eens plat ligt, vliegt er toch meestal wel het één en ander in de lucht aan ijzeren vogels. Daarnaast vallen dat soort dagen normaal gesproken ook op slechte dagen, dagen dat je niet lekker in de tuin kan zitten. Maar nu, juist nu was het heerlijk!!!
We hopen dat dit een voorbode is van een stralend voorjaar en daarop volgend een stralende zomer! Nog een weekje en de gierzwaluwen gaan arriveren. We kunnen niet wachten! Gisteren en vandaag hebben we de lucht al afgespeurd in de hoop op… Maar nee, we moeten nog even geduld hebben! Nog even wachten op het ‘geskriiiieee’ van de Apus apus Nog even wachten of ze dit jaar al gebruik gaan maken van de nestkasten. Nog even wachten… Maar niet lang meer!
zondag 4 april 2010
Weer een bijzonder microvlindertje, deel II
Weer een bijzonder microvlindertje, deel I deel II
4 april 2010, door Violet Middelman & Remco Vos
Op 21 maart jl. was het een prachtige voorjaarsdag, we waren lekker bezig in de tuin. Tijdens snoeiwerkzaamheden aan de klimop ontdekte Remco twee klimopblaadjes die met een soort spinsels aan elkaar geplakt waren. Nieuwsgierig maakt hij de blaadjes voorzichtig los van elkaar en zag een klein rupsje zitten. Dat moest wel de larve van een microvlinder zijn. Maar welke, want er zijn bijna 1500 verschillende soorten microvlinders in Nederland!
Gemarmerde drievlekbladroller (Lozotaenia forsterana) - foto: Violet Middelman
Met zo’n klein rupsje was daar voor ons geen beginnen aan dus plaatsten we de foto’s op een forum. Al snel kregen we een vrij enthousiaste reactie van T. Muus, microkenner, dat het misschien de Klimopbladroller (Clepsis dumicolana) betrof, een soort die voor hem interessant was om uit te kweken in verband met onderzoek. Hij verzocht ons of we misschien een exemplaar aan hem op konden sturen. Nog geen kwartier later kregen we van dezelfde persoon weer een reactie: waarschijnlijk was het toch een andere soort, de Gemarmerde drievlekbladroller (Lozotaenia forsterana). Iets minder leuk voor hem, maar nog steeds interessant genoeg om uit te kweken. Helaas, op dat moment had het rupsje al de pootjes genomen…
Een week later vond Remco nog een paar vastgeplakte klimopblaadjes en besloten we er twee op te sturen. Aan het eind van de dag plukten we de blaadjes met rupsjes en stopten ze in een leeg doosje voor pleisters. Het doosje ging in een bubbeltjesenveloppe op de post.
Gisteren kregen we de reactie dat het inderdaad om de Gemarmerde drievlekbladroller ging. Deze soort is schaars buiten Gelderland en Overijssel en uit de provincie Utrecht zijn nog geen eerdere waarnemingen bekend! Het is één van de grootste bladrollers en vliegt van mei t/m juli.
Op deze foto zie je hoe klein de rups is (links boven op het blad; de andere foto is een close-up) - foto: Violet Middelman
De kans dat we de vlinder straks zullen zien vliegen is klein, ze vliegen immers ’s nachts. En ook al is het één van de grootste bladrollers, met een spanwijdte van 21-27 mm vallen ze natuurlijk niet echt op. We zijn in onze sas met deze bijzondere vondst in eigen tuin te Soest!
Zie voor een foto van de vlinder: www.microlepidoptera.nl.
4 april 2010, door Violet Middelman & Remco Vos
Op 21 maart jl. was het een prachtige voorjaarsdag, we waren lekker bezig in de tuin. Tijdens snoeiwerkzaamheden aan de klimop ontdekte Remco twee klimopblaadjes die met een soort spinsels aan elkaar geplakt waren. Nieuwsgierig maakt hij de blaadjes voorzichtig los van elkaar en zag een klein rupsje zitten. Dat moest wel de larve van een microvlinder zijn. Maar welke, want er zijn bijna 1500 verschillende soorten microvlinders in Nederland!
Gemarmerde drievlekbladroller (Lozotaenia forsterana) - foto: Violet Middelman
Met zo’n klein rupsje was daar voor ons geen beginnen aan dus plaatsten we de foto’s op een forum. Al snel kregen we een vrij enthousiaste reactie van T. Muus, microkenner, dat het misschien de Klimopbladroller (Clepsis dumicolana) betrof, een soort die voor hem interessant was om uit te kweken in verband met onderzoek. Hij verzocht ons of we misschien een exemplaar aan hem op konden sturen. Nog geen kwartier later kregen we van dezelfde persoon weer een reactie: waarschijnlijk was het toch een andere soort, de Gemarmerde drievlekbladroller (Lozotaenia forsterana). Iets minder leuk voor hem, maar nog steeds interessant genoeg om uit te kweken. Helaas, op dat moment had het rupsje al de pootjes genomen…
Een week later vond Remco nog een paar vastgeplakte klimopblaadjes en besloten we er twee op te sturen. Aan het eind van de dag plukten we de blaadjes met rupsjes en stopten ze in een leeg doosje voor pleisters. Het doosje ging in een bubbeltjesenveloppe op de post.
Gisteren kregen we de reactie dat het inderdaad om de Gemarmerde drievlekbladroller ging. Deze soort is schaars buiten Gelderland en Overijssel en uit de provincie Utrecht zijn nog geen eerdere waarnemingen bekend! Het is één van de grootste bladrollers en vliegt van mei t/m juli.
Op deze foto zie je hoe klein de rups is (links boven op het blad; de andere foto is een close-up) - foto: Violet Middelman
De kans dat we de vlinder straks zullen zien vliegen is klein, ze vliegen immers ’s nachts. En ook al is het één van de grootste bladrollers, met een spanwijdte van 21-27 mm vallen ze natuurlijk niet echt op. We zijn in onze sas met deze bijzondere vondst in eigen tuin te Soest!
Zie voor een foto van de vlinder: www.microlepidoptera.nl.
Abonneren op:
Posts (Atom)