zaterdag 20 februari 2010

De Heideringelrups

20-02-2010 De Heideringelrups

Half februari, het is nog volop winter. Vorst en sneeuw doen dag en nacht hun best om het van de aankomende lente te winnen. Geen weer voor insecten zou men denken, maar zoals in eerdere blogs al te lezen was valt dat enigszins mee. Zo liepen we 13 februari over de heidevelden rondom Hilversum toen Remco de eitjes van de Heideringelrups vond.
Vlinders hebben verschillende manieren om de winter door te komen; als eitje, als rups, als cocon/pop of als volwassen vlinder. De rupsen verstoppen zich meestal goed tussen planten, een cocon kan aan een plant hangen maar kan zich bv. ook onder de grond bevinden. Soorten die als imago (vlinder) overwinteren zijn bv. Dagpauwoog, Kleine vos en Citroentje. Ze zoeken aan het eind van de zomer of in de herfst een beschut plekje waar ze de winter door kunnen komen. Dit kan bv. een schuurtje of een zolder zijn. Zo hangt er bij ons in de schuur al sinds eind augustus een Dagpauwoog in de schuur, wachtend tot de temperaturen weer oplopen. Deze vlinders hebben liever een strenge winter dan een kwakkelwinter. Dat klinkt misschien gek, maar het komt omdat de vlinders actief worden als de temperatuur stijgt. Het kost ze veel energie om hun lijfje weer ‘wakker’ te krijgen, en als het dan weer gaat vriezen hebben ze voor nop hun energie verspild. De winters 2008/2009 en 2009/2010 waren goed koud en dus goed voor de vlinders.
Terug naar de eitjes van de Heideringelrups, een nachtvlinder. Zoals de naam al aangeeft is het een vlinder die voornamelijk op heide voorkomt. Het legsel was een mooi kunstwerkje van een zeldzame vlinder: een paar honderd eitjes waren in een brede band rondom een kaal heidetakje gelegd, keurig tegen elkaar aan geplaatst. Zo rond april-mei komen de eitjes uit en beginnen de rupsen te eten en te groeien. De rupsen zijn harig en mooi gekleurd met geel/oranje en blauwe lengtestrepen. Als ze volgroeid zijn verpoppen ze zich en vanaf juni zou je de vlinders kunnen zien vliegen. Klik voor meer info en foto’s hier.
We waren erg blij met deze vondst en hopen misschien later ook de rupsen aan te treffen.

woensdag 10 februari 2010

Eitjes Sleedoornpage II

10-02-2010 Eitjes Sleedoornpage

Vervolg op 16 januari jl.
Eitjes van de Sleedoornpage vinden, dat was waar het vandaag weer om draaide. Eerst een korte samenvatting van het vorige verslagje: In Soest komt een kleine populatie vlinders van de Sleedoornpage voor. Om een beeld te krijgen hoe de populatie er voor staat worden elk jaar de eitjes geïnventariseerd. Dit jaar was een deel van de strook met sleedoorns niet bereikbaar door een berg bouwgrond. Nadat de Vlinderwerkgroep IVN Eemland contact had opgenomen met de gemeente werd er beloofd de grond te verplaatsen.
Terug naar vandaag, 10 februari 2010
Met een klein groepje zouden we vandaag weer aan de slag gaan om het laatste stukje met sleedoorns te controleren. De gemeente had intussen de berg zand en het hekwerk enkele meters verplaatst in de hoop dat de nectarplanten weer op gaan komen. Mocht alles toch zo verstoord zijn dat de planten niet meer op komen, dan gaan ze opnieuw inzaaien. Ook wilde de gemeente mee werken aan het onderhoud/behoud van de strook met sleedoorns. Deze ochtend zou de gemeente op aanwijzingen van de coördinator van de Vlinderwerkgroep een aantal oude sleedoorns verwijderen en de bramen zouden worden terug gesnoeid.
Het was ruim -5 °C, lekker fris. Toen ik om iets voor negenen aan kwam lopen stond de coördinator al te wachten. De Groenopzichter en 2 werkmannen kwamen er iets later aan en tot slot één van de Vlinderwerkgroepleden. De coördinator liet zien welke struiken er weg mochten en waar er weer nieuwe aanplant kan komen. De nieuwe aanplant zal in het najaar gebeuren, maar dit voorjaar nog zal jong opschot worden verpoot zodat er weer een beter, evenwichtiger geheel ontstaat. De mannen wilden wel iets meer weten over de eitjes en de vlinders, en eentje zag zelfs een vlindereitje zitten. Het eitje was helaas ovaal van vorm in plaats van rond, en dus niet van de Sleedoornpage maar van de Blauwrandspanner. Maar hij had wel een eitje gevonden!
Even later werd de eerste struik verwijderd. Terwijl de mannen van de groendienst zich tussen de grote doornen van de sleedoorn waagden, begonnen wij met het nazoeken van de gesnoeide takken. Ik had gelijk bingo; in ieder geval 1 eitje dat we konden redden. Natuurlijk aan de mannen laten zien hoe een eitje van de Sleedoornpage er dan wel uit ziet.
En toen begon het te sneeuwen… Aangezien de eitjes net witte speldenknopjes zijn, werd het zoeken nu nog een stuk moeilijker. Overal witte speldenknopjes! Door telkens sneeuw van de takken af te blazen zochten we zo goed mogelijk verder. Een enkele voorbijganger en/of buurtbewoner vroeg wat we aan het doen waren, de reacties zijn altijd positief. De buurtbewoners die al op de hoogte zijn van hun bijzondere buurtgenoten zien de inzet van de Vlinderwerkgroep en reageren enthousiast. Het snoeiwerk zat er intussen op maar wij zochten de takken nog na. We namen een korte pauze met heerlijk warme chocomel om even bij te komen om daarna weer verder te zoeken. Het bleef sneeuwen, alles werd steeds witter. We vonden nog een paar eitjes van de Blauwrandspanner, maar die van de Sleedoornpage kwamen we niet meer tegen.
Het geredde eitje werd zo geplaatst dat het rupsje straks zoveel mogelijk kans heeft om te overleven. Daarna namen we nog een kort kijkje bij het achterste gedeelte waar de berg zand had gelegen. Naar eitjes zochten we niet meer, het was niet te doen door de sneeuw.
Voordat het weer een echt paradijsje voor Sleedoornpages is moet er nog wel wat gebeuren, maar vooralsnog ziet het er naar uit dat de gemeente goed mee werkt. En een goede samenwerking met de gemeente is natuurlijk een mooie basis!
Wordt vast vervolgd…

maandag 8 februari 2010

Waarnemingen in de natuur

08-02-2010 Waarnemingen in de natuur

Zolang als ik me kan herinneren, ben ik al bezig met de natuur. Ik ben er mee opgevoed, zowel van huis uit als door ‘Meessie’, de allerleukste leraar van mijn basisschool. ‘Meessie’ leerde ons veel over vogeltjes en probeerde ons de interesse voor de natuur bij te brengen. Mijn moeder zorgde dat we af en toe met een ‘vroege vogelwandeling’ mee gingen. Hartstikke spannend natuurlijk! Als klein meisje met de volwassenen mee het bos in. Terwijl het nog donker was!!! Vreemde geluiden om je heen, het donker dat steeds lichter werd, steeds meer vogels die begonnen met hun ochtendzang; geweldige ervaringen! Met mijn moeder was ik het meest in de natuur. Van haar pikte ik dus ook het meeste op. Ongelofelijk hoeveel informatie je in je hebt opgeslagen, hoeveel je in al die jaren aan kennis hebt opgenomen.
Planten, iets waar ik tegenwoordig niet heel veel mee doe, behalve er van genieten, ik heb ze van jongs af aan mee gekregen. Niet alles, maar wel een brede basis. En dat geldt voor vogels ook wel een beetje; niet alles, wel een goede basis. Zeer verrassend hoe er tegenwoordig opeens laatjes in je hoofd open springen en je de juiste naam bij een plant of beestje ‘ingegeven’ krijgt.
Ook tijdens mijn ‘pubertijd’ veel in de natuur doorgebracht. Af en toe mee geholpen met de sloot- en herfstlessen van IVN Eemland. Prachtig om kinderen enthousiast te maken voor de natuur, bijvoorbeeld voor alles wat er in een slootje rond zwemt. Zelfs de kinderen met weinig of geen interesse raakten gefascineerd. Natuurlijk waren de waterroofdieren wel de spannendste: een Geel gerande waterkever die een kikkervisje aanviel, en daarna zelfs op at, dat was helemaal geweldig voor de kinderen! Stukken beter dan saai in de klas zitten, hier was moord en doodslag! Bij de herfstlessen natuurlijk veel paddestoelen, maar ook beestjes die onder boomstronken te vinden waren. En altijd de stronk weer zo terug leggen zoals je hem gevonden hebt! Al met al een mooie basis voor kennis van de natuur voor kinderen.
Mijn eigen schoollessen in de natuur kan ik me nog wel deels herinneren: in het bos, het tellen van de jaarringen van boomstronken. Het zoeken naar beestjes onder en tussen de gevallen bladeren. En dan natuurlijk die ‘vroege vogelwandelingen’. Voor m’n gevoel was het midden in de nacht als ik met m’n moeder naar zo’n wandeling ging. Het was pikkedonker en er was nog geen vogel te horen. Iedereen verzamelde zich op een bepaalde plek, zei elkaar gedag en babbelde wat. Allemaal in het pikkedonker!!! Hoe indrukwekkend voor een meisje van een jaar of 10! En dan, eindelijk, ging de wandeling van start. Het was de bedoeling dat je je in het donker zo stil mogelijk voort bewoog, en vooral goed luisterde naar vogelgeluiden. Het begin was vaak saai: niets te horen en alleen maar belachelijk donker. Maar dan, dan begon het! Er sijpelde steeds meer daglicht door de takken en steeds meer vogels begroetten de nieuwe dag. Geweldig!
Het begin van een nieuwe dag, de stilte en daarna de zonsopkomst, heerlijk! Dat vond ik toen en dat vind ik nu. Heerlijk als we gaan wandelen, en starten met de zonsopkomst. De stilte van de vroegte, het wakker worden van mens en dier. Dat je de wereld om je heen langzaam tot leven ziet komen. Hmmm…
Altijd dus met de natuur bezig geweest. Maar al foto’s terug kijkend van de afgelopen 10 jaar blijkt dat we er toen heel anders mee om gingen dan nu. Op dit moment zijn we bezig met het inscannen van ‘oude’ vakantiewaarnemingen, en het invoeren daarvan op Observado. Zo hebben we intussen al onze fotoboeken van 2000 t/m 2007 door gekeken en de foto’s van waarnemingen ingescand en ingevoerd. Dat willen we ook nog gaan doen met al onze wandelingen door Nederland, de tijd dat we nog geen digitale camera hadden…
Het is gek om te zien hoe anders we tegenwoordig om gaan met onze waarnemingen. De foto’s van een aantal jaren terug hebben we niet goed genoeg ‘gedocumenteerd’; we weten nog wel waar het ongeveer was en wanneer, maar moeten hier veel voor nakijken/zoeken. Nu zouden we daar veel betere aantekeningen over maken. Ook lijkt het wel alsof we tegenwoordig veel meer zien. We kunnen ons nu bijna geen wandeling meer voorstellen waarbij we niets ‘waarnemen’. Het is voor ons tegenwoordig zelfs vrijwel onmogelijk om te wandelen en ‘niets waar te nemen’. Dus hoe deden we dat ‘vroeger’ dan?! Gewoon simpelweg lopen? Wel genieten van de natuur, maar niet de details zien? Waarom zien we nu zoveel meer dan een paar jaar geleden??? Leuk om die ontwikkeling te kunnen volgen :)
Tien jaar samen de natuur beleefd. Heel veel geleerd, vooral de laatste tijd. We raken steeds meer thuis in bepaalde soorten. En zien dus ook steeds vaker iets dat we nog nooit eerder hebben gezien. Maar vraag niet waarom we dat nog nooit eerder hebben gezien…
Zien is zien, genieten is genieten, en zo is er nog veel meer moois (te ontdekken)

zaterdag 16 januari 2010

Eitjes Sleedoornpage

16-01-2010 Eitjes Sleedoornpage

In onze mooie woonplaats Soest vliegt elk jaar de zeldzame Sleedoornpage (Thecla betulae), en daar zijn we best trots op! De IVN Vlinderwerkgroep Eemland inventariseert elk jaar in Soest, op die ene plek waar de Sleedoornpage voorkomt, of en hoeveel eitjes er te vinden zijn. Zo ook dit jaar weer. Aangezien wij in de loop van vorig jaar ons bij deze werkgroep hebben aangesloten waren we deze keer voor het eerst van de partij. Er waren twee mensen van de Vlinderstichting bij die alle waarnemingen van de Sleedoornpage-eitjes zouden bijhouden. Natuurlijk was de coördinator van de werkgroep erbij, en waren er een stuk of 4 leden van de werkgroep en 2 belangstellenden. Een journaliste van de Gooi-en-Eemlander kwam ook nog aangelopen. In totaal gingen we met 11 man/vrouw op pad.
De coördinator van de Vlinderwerkgroep Eemland had alvast een paar sleedoornstruiken onderzocht en een paar eitjes gevonden. Zo konden we zien waar we naar op zoek waren. Best wel handig! Op internet en in de boeken zijn wel afbeeldingen van de eitjes te vinden maar zo groot zijn ze in het echt niet… We moesten zoeken naar witte speldenknopjes tussen takken met grote doornen. De strook met sleedoorns stond aan de rand van een hondenuitlaat terrein, dus we moesten niet alleen op de witte speldenknopjes letten! Gelukkig zoek je de eitjes van deze vlindersoort in de winter want op je slippertjes of sandalen moet je daar niet rondlopen…
We begonnen met zoeken aan het eind van de bossage. Een deel van de sleedoorns was onbereikbaar door bouwwerkzaamheden. Een groot hek versperde ons de toegang tot dat deel, jammer maar helaas. Achter het hek lag een grote berg met bouwgrond. De vlinderwerkgroep had dit afgelopen week ontdekt en was daar best van geschrokken, want waar die berg grond lag zouden in het voorjaar allerlei planten moeten groeien die voor insecten zeer belangrijk zijn. De zeldzame Sleedoornpage is er daar één van en er komen nog wel meer zeldzame soorten voor. De coördinator nam contact op met de gemeente om het probleem aan te kaarten. Ook al was alles wel volgens de regels gegaan, de gemeente heeft besloten om de aarde te laten verplaatsen, hoera! We hopen dat het snel verwijderd is zodat de planten hopelijk weer opkomen om onze gevleugelde vrienden weer van voedsel te kunnen voorzien.
Aan het begin van onze zoektocht kwamen er nog 2 leden aangelopen. De één kwam helpen met zoeken, de ander kwam wat foto’s maken maar kon door lichamelijke beperkingen helaas niet mee zoeken. Een derde werkgroeplid kwam snel even langs maar moest voor zijn werk jammer genoeg gelijk weer weg. We speurden de takken zorgvuldig af en vonden allerlei witte speldenknopjes, maar het één bleek een schimmel te zijn, het ander een vogelstrontje, een eitje van een sluipwesp, een nietsje of een frummeltje. De eerste vlindereitjes die werden gevonden bleken ook al niet van de Sleedoornpage te zijn maar van de Blauwrandspanner (Plemyria rubiginata). Maar toen werd de eerste gevonden, en na nog meer frummeltjes en Blauwrandspannereitjes kwamen we steeds dichter bij 10 gevonden Sleedoornpage-eitjes. Ik vond eitje nummer 7 en was daar erg mee in mijn sas!
Iemand had warme chocomelk en thee mee genomen zodat we weer een beetje warm konden worden. Zelfs nog een lekkere koek er bij, waarna het speuren gewoon weer verder ging. Intussen waren we met 13 mensen aan het zoeken. Links en rechts werd nog een eitje gevonden, en Remco had er zelfs 3 vlak bij elkaar op hetzelfde twijgje. Nummer 14 mocht ik op mijn naam schrijven en net naast me werd nummer 15 gevonden. Op één stammetje ontdekte ik 6 eitjes van de Blauwrandspanner, in 3 paartjes van 2. Niet naar op zoek maar wel mooi mee genomen. Toen was het tijd voor pauze. De coördinator had gezorgd dat er een pan erwtensoep op ons stond te wachten. Ze had aan een paar bewoners gevraagd of ze een pan soep wilden verwarmen en zowaar, ze wilden het graag doen! Naast het opwarmen van de soep hadden ze gezorgd voor zitplaatsen in hun tuin. Wat een gastvrijheid!
Na deze pauze ging een aantal mensen naar huis/andere afspraken en ging de rest verder met zoeken. Helaas werd er nog maar 1 eitje gevonden (en wel door mij, hihi), waarmee het totaal op 16 stuks bleef steken. Een groot verschil met vorig jaar toen er wel 50 werden gevonden! Natuurlijk was er een gedeelte waar we dit jaar niet bij konden, maar dan nog blijft het verschil behoorlijk groot. We waren met z’n achten over gebleven. Degenen die nog wilden konden mee naar een mogelijk nieuwe locatie iets verderop. Er haakten 3 mensen af; het was koud en we hadden al uren gezocht. Ze hadden groot gelijk, en het was ook erg verleidelijk om de warmte op te gaan zoeken, maar wij besloten om nog even door te gaan. We liepen met 3 werkgroepleden, de coördinator en de mannen van de Vlinderstichting naar het bedoelde gebiedje. Twee toverhazelaars stonden al prachtig geel te bloeien. De lente komt er aan! We bereikten het bewuste groenstrookje en kwamen er achter dat ook deze aan de rand van een uitlaatterrein was. En ik wil niet overdrijven, maar wat hier aan hondenstront lag was werkelijk niet normaal. Het was goor. A dirty job, dat vlindereitjes zoeken hoor. De jongste van de Vlinderstichting gaf het al snel op en zocht het redelijk strontvrije asfaltpad op. Ik zocht voorzichtig mijn weg en wierp zo snel mogelijk een blik op de sleedoornstruiken. De andere vier deden het rustiger aan. Ik vond het mooi geweest en maakte mijn schoenen strontvrij door ze door de sneeuw te halen. Er zat gelukkig niet veel onder mijn zolen dus ik was met een paar minuten klaar. Bij degenen die nog wel zochten zag ik grote hompen bruine derrie zitten, bah, bah, bah. Uiteindelijk hadden ook zij de hele strook uitgeplozen en scheten we er definitief mee uit. Geen eitje van de Sleedoornpage gevonden, ook al zagen de struikjes er veelbelovend uit. Wel vonden we een paar eitjes van de Blauwrandspanner. Als beloning 4 paar strontschoenen die met veel, heel veel moeite werden schoongemaakt in de sneeuw. Leve de sneeuw!
We hebben veel geleerd over de Sleedoornpage. De vlinders bevinden zich voornamelijk boven in de bomen bij de sleedoorns. In hun Latijnse naam zit het woord ‘betulae’, wat berk betekend. Ze dachten dus dat de vlinder als waardplant de berk had. Later bleek dat ze wel veel bovenin berken te vinden zijn (die nog wel eens tussen bv. sleedoornstruiken staan), maar dat de echte waardplant sleedoorn is. De vlinders voeden zich voornamelijk met honingdauw, een vloeistof die luizen uitscheiden, die zijn ook goed te vinden bovenin de bomen. De paring vindt ook hoog in de bomen plaats. Voor de aanmaak van eitjes hebben de vrouwelijke vlinders naast de honingdauw echter ook nog nectar nodig. De nectar is in de bloemetjes van de planten op de grond te vinden, en daardoor zie je vaker vrouwelijke sleedoornpages vliegen dan mannelijke exemplaren. Daarnaast worden de eitjes tot zo’n 2 meter hoogte in de sleedoorns gelegd. Je kan ze overal op de takken vinden, maar voornamelijk in de oksels van takken, op het gedeelte tussen oud en nieuw hout. De Sleedoornpage is een standvlinder (een populatie die al minstens 10 jaar op dezelfde plek voorkomt). Grappig was dat er, op precies hetzelfde takje, op precies dezelfde plek waar vorig jaar één van de eitjes was gevonden, er ook dit jaar een eitje was gelegd. Blijkbaar waren sommige struiken ook meer geliefd dan anderen, want in 1 struik vonden we wel 4 eitjes terwijl anderen er geen of 1 bezaten.
Ook hebben we geleerd dat zo’n sleedoornstrook goed onderhouden moet worden om een populatie Sleedoornpages in stand te kunnen houden. Zo is het belangrijk dat er veel jong hout aanwezig is. Maar je moet nu ook weer niet in één keer alles snoeien en oud hout verwijderen. Als er open plekken in het struweel ontstaan schrikken de vlinders en zoeken ze een andere locatie op. Dus maximaal, verdeeld over de strook, een paar struiken rooien, en deze dan controleren op eitjes. Samenwerking tussen gemeente en werkgroep is dus nodig: als er gerooid/gesnoeid wordt zal de Vlinderwerkgroep aanwezig moeten zijn om de takken te controleren op eitjes!
We hebben dus weer heel wat geleerd vandaag! Het was een leuke ervaring en we hebben allebei in ieder geval 3 eitjes van de Sleedoornpage gevonden. Toch de moeite waard! En een Blauwrandspanner hadden we ook nog nooit gezien, laat staan de eitjes ervan.
P.S.: als iemand nog opmerkingen of aanvullingen heeft over de Sleedoornpage horen we dat graag! 

zondag 10 januari 2010

Vogels in de uin

10-01-2010 Vogels in de tuin

Terwijl een groot deel van de vogelaars in de ban is van de Baltimoretroepiaal, houden wij ons meer bezig met de vogeltjes in en om onze tuin. De Baltimoretroepiaal is een mooi vogeltje hoor, en het is natuurlijk heel bijzonder dat zo’n beestje helemaal vanuit Amerika naar Nederland is gekomen, maar om daar nou zelf een ruim een uur voor in de auto te zitten gaat mij een beetje ver. Voor 1 vogeltje!!!
Nee hoor, wij blijven lekker thuis dit weekend. Intussen vermaken wij ons wel met alle foto’s en verhalen over de Baltimoretroepiaal. En met alle vogeltjes die zich in ons eigen tuintje vertonen. Natuurlijk zijn dat de algemene huis- tuin- en keukenvogels maar dat vinden we helemaal niet erg. Het is leuk om te zien hoeveel vogels er komen eten van alles wat je voor ze hebt gestrooid en opgehangen. Een merel en een spreeuw hebben mot over de krentjes en rozijnen, de spreeuw wordt constant verjaagd door een driftige en bezitterige merel. Het roodborstje scharrelt rustig overal wat rond. Van de twee tortelduifjes zit er eentje lekker beschut op het nest van vorig jaar terwijl de partner telkens met een takje komt aangevlogen. Ze gaan toch niet nu al aan een nestje beginnen hè?! Het vogelhuisje bij het raam wordt regelmatig bezocht door een koolmees. Pimpelmezen, mussen, vinken, kauwtjes en houtduiven komen ook langs om iets te eten: het is hartstikke gezellig bij ons in de tuin! Vandaag zaten er voor het eerst deze winter weer sijsjes aan de pinda’s en ook een echtpaar goudvink kwam weer eens een bezoekje aan onze tuin brengen. Later op de dag zaten er zelfs twee mooie roze-rode borsten te pronken!
In tegenstelling tot vorig jaar hebben we nog geen groenling, winterkoninkje, putter of goudhaantje op bezoek gehad, maar met alle andere gasten zijn we al erg blij! Vooral de soorten die we doorgaans alleen in de winter bij ons in de tuin zien maken het extra leuk. OK, de koolmees is mooi met zijn gele borst en zwarte stropdas en ook de knuffelig ogende roodborst mag er zijn, maar het geel van zo’n klein sijsje is prachtig en de roze-rode borst van een goudvink steekt mooi af tegen het zwarte koppie en grijze vleugels.
Voor ons dus geen Baltimoretroepiaal maar wel heel veel tuingeluk! Zeker met de sneeuw die zachtjes maar gestaag blijft vallen en de tuin met een witte deken bedekt. Dezelfde sneeuw die het de vogels zo moeilijk maakt om voedsel te zoeken… Daarom hebben we vetbolletjes, pindanetjes en kokers met voer hangen, en ligt er van alles aan strooizaad, brood, beschuit, krentjes en rozijntjes op de grond en in het voederhuisje. Voor ieder wat wils. Vinken eten normaal gesproken vanaf de grond of een voedertafel. Op één of andere manier kunnen ze niet aan de vetbollen en zakjes met pinda’s hangen, zoals koolmezen en pimpelmezen dat wel kunnen. Vandaag zagen we een mannetjes vink die steeds bij een pindanetje ‘helikopterde’ om er een nootje uit te kunnen halen. Heerlijk om eens een dagje de tijd te hebben om te kijken wat er zoal in je eigen tuin voorbij komt!
Zie voor de filmpjes:

maandag 28 december 2009

De Winter

28-12-2009 De Winter

De winter. Kerst is net geweest, het nieuwe jaar staat op de stoep. Er is sneeuw gevallen, veel sneeuw.
Zo’n anderhalve week geleden begon het met sneeuwen; er lag al snel een aardige laag in de tuin en op de straten. Veel hinder in het verkeer, maar o zo mooi om een witte wereld te zien!
In het weekend viel er nog veel meer sneeuw, ik kon me niet herinneren dat ik ooit zo’n dik pak sneeuw had gezien in Nederland. Toen ik dat tegen m’n moeder zei, vertelde ze dat het 31 jaar geleden was, toch wel bijzonder (toen was ik 2,5 jaar oud)! We wilden hier natuurlijk zoveel mogelijk van genieten, maar erg lekker wandelweer was het nu ook weer niet… Toch besloten we op zondagochtend te gaan lopen. Het werd sterk afgeraden om de weg op te gaan dus reden we niet naar een andere plek maar liepen we een grote ronde om onze woonplaats Soest heen. Veel natuur om de hoek, ideaal om je voordeur uit te stappen en de natuur in te duiken. Het was genieten van de winterpret om ons heen.
Het lopen over de besneeuwde en soms gladde paden maakte de wandeling redelijk zwaar maar de prachtige wereld om ons heen maakte alles meer dan goed.
De winter. Aan beestjes en planten is er weinig te zien. Het is een beetje saai op dat gebied, de kans op een ‘waarneming’ is klein. Tenzij je je op vogels of paddestoelen richt. En laat dat nou net zijn waar we ons niet zo op focussen. Voor ons dus een rustige tijd. Niets nieuws uit te zoeken of in te voeren. En ja, dan kom je oudere waarnemingen tegen die je nog wel moet uitzoeken en/of invoeren. Waarnemingen van de vakantie in Frankrijk of waarnemingen die je nog op ‘onzeker’ of ‘spec.’ hebt staan.
De winter is zo gek nog niet.
De winter geeft je, naast alle verplichte sociale feestdagen, een beetje tijd om ‘achterstallig werk’ uit te zoeken.
De winter; Nog een hoop te doen.
De winter; Nieuw jaar, nieuwe kansen.
De winter; Mooi in al haar pracht (als het dan tenminste sneeuwt en vriest).
De winter; Op naar het nieuwe jaar.
De winter; Tijd voor het voorjaar!
Tsja, die goeie, ouwe winter… We zouden niet zonder willen!

maandag 14 december 2009

De gevallen Pimpelmees

14-12-2009 De gevallen pimpelmees

Vanmorgen vroeg, een bonk tegen het raam.
Een pimpelmees zat versuft achter de keukendeur. Alerte katten in de achtertuin. Snel een handdoekje en het pimpelmeesje opgeraapt. Zijn snaveltje stond open, hij zag er zielig uit. Een paar stuiptrekkinkjes en toen viel hij schuin opzij. O jee…
Eerste hulp bij dit soort ongevallen is om de vogel in een doos te plaatsen en warm, donker en rustig weg te zetten. Handdoekje en pimpelmees verdwenen in een doos, lekker naast de verwarming. Na tien minuutjes zat het meesje weer rechtop en alert in de doos.
Vogelopvang gebeld; “Hoe lang moet je wachten voordat je zeker weet dat het goed gaat?”. We konden het vogeltje langs brengen maar we wilden zelf graag afwachten of het beestje op zou knappen en dan in zijn eigen territorium weer vrij gelaten kon worden. We kregen het advies om wat water te geven en als het sterk genoeg was om te vliegen konden we hem los laten. Ik doopte mijn vinger in water en gracht de druppels naar het kleine, fragiele snaveltje. De pimpelmees was aandachtig, nieuwsgierig en absoluut niet bang. Twee kleine kraaloogjes keken me alert aan. Het snaveltje nam het water dankbaar op. Het kleine meesje begon te fladderen en greep zich met zijn pootjes vast aan mijn vingers.
Ik vond het heel bijzonder; zo’n klein en teer wezentje dat zonder angst op je hand gaat zitten. Het leek wel of de pimpel in de gaten had dat we hem geen kwaad wilden doen maar hem juist hielpen. Hij bleek weer zo goed te zijn opgeknapt dat hij naar de rand van het raampje boven de voordeur kon vliegen. Maar door dat raampje kon hij niet naar buiten…
Trap gepakt en de pimpelmees voorzichtig vast gepakt. Vloog gelijk weer naar de rand voor het raam… Nogmaals gepakt, nu lukte het om het ukje wat langer vast te houden zodat hij door de deuropening en onder het afdakje door weg kon vliegen. Een vrolijk deuntje volgde gelijk; hij was blij dat hij weer gezond en veilig buiten was!